ANP

Bescherming tegen asbest is in veel gevallen overbodig

tijd van publicatie
Geschreven door
Hugo van der Parre en Marc Hamer

Het verwijderen van asbest en het wonen en werken in een gebouw met asbest is veel minder riskant voor de gezondheid dan tot nu toe wordt aangenomen. In veel gevallen zijn de gezondheidsrisico's verwaarloosbaar en is het gebruik van extreme beschermingsmiddelen onnodig. Dat blijkt uit nieuw wetenschappelijk onderzoek, waarin voor het eerst op een rij is gezet welke bescherming past bij verschillende asbestwerkzaamheden.

Het onderzoek is uitgevoerd door TNO, de Universiteit Utrecht, de Radboud Universiteit en Crisislab, op verzoek van een aantal woningcorporaties en brancheorganisatie Aedes. De woningcorporaties denken met dit onderzoek in de hand dat asbestverwijdering in veel gevallen een stuk goedkoper kan worden uitgevoerd, zoals al langer wordt betoogd.

Asbestdaken

In het nieuwe onderzoek wordt een aantal verschillende scenario's rondom asbest beschreven. In diverse scenario's zijn de risico's lager dan toelaatbaar, tot zelfs nihil. Het gaat dan om situaties als brand waarbij asbest vrijkomt en wonen of werken in een gebouw met asbest. Ook bij het verwijderen van asbestcementdaken blijkt het gezondheidsrisico heel klein. Dat kan volgens de onderzoekers dus prima zonder vergaande beschermingsmaatregelen.

Er zijn ook situaties waarbij het gezondheidsrisico ongeveer gelijk is aan wat maximaal toelaatbaar wordt gevonden, bijvoorbeeld wanneer een installateur een paar keer per maand per ongeluk in een asbesthoudend plafond boort.

Slechts bij één scenario is sprake van een zeer hoog risico op kanker. Dat is wanneer werknemers zonder persoonlijke bescherming elke dag asbest-plafondplaten slopen. Voor deze situatie is het Nederlandse beschermingsbeleid terecht streng, vinden de onderzoekers.

Maanpak

Ze pleiten voor een publiek debat over de redelijkheid van het Nederlandse asbestbeleid en voor proportionele beschermingsmaatregelen. In veel situaties zijn de huidige maatregelen namelijk overbodig. Professor Ira Helsloot, een van de onderzoekers: "Als je elke dag een asbestplafond sloopt, is er een groot risico en moet je vooral zo'n wit maanpak dragen. Maar als je bijvoorbeeld asbestdaken verwijdert, is het risico nul. Het risico is dan zo onmeetbaar klein dat er geen beschermingsmaatregelen nodig zijn."

De asbestsector verdient veel geld aan de huidige strenge veiligheidsvoorschriften. Helsloot vindt dat de sector ten onrechte angst aanjaagt: "Het is bijna een bewuste leugen als je tegen de samenleving zegt 'van één vezeltje asbest kun je kanker krijgen'. Want dan laat je de kansberekening buiten beschouwing. Als je een week lang door een dichte asbestmist loopt, is het risico gelijk aan het roken van een paar pakjes sigaretten. Dat is niet gezond en moet je niet doen, maar niemand raakt er totaal van in de stress."

Doorgeslagen

Helsloot noemt een brand in Roermond in 2014 als voorbeeld. "Toen was het niet de GGD, maar een opruimbedrijf dat adviseerde zware beschermingsmaatregelen te nemen. Kosten 3 miljoen euro. Zo'n bedrijf heeft daar belang bij."

Woningcorporaties vinden de huidige praktijk doorgeslagen. "De wettelijke normen, complexe werkwijzen en de daaraan gekoppelde kosten staan in veel gevallen niet in verhouding tot het werkelijke risico. Dit onderzoek naar beschermingsmiddelen bevestigt dat we het doorgeslagen asbestbeleid moeten aanpassen", aldus brancheorganisatie Aedes. Er kunnen miljarden worden bespaard als de veiligheidsregels minder streng worden.

Branchevereniging VAVB voor bedrijven die asbest verwijderen, is het niet eens met de conclusies van het onderzoek en zegt dat goede bescherming altijd nodig is. "Asbest is gewoon dodelijk spul", zegt voorzitter Leo Veldhuis. Hij vindt dat werknemers goed beschermd moeten worden, ook omdat zij vaak niet erg hoog opgeleid zijn en moeilijk zelf gevaren kunnen beoordelen.

De Stichting Ascert die asbestbedrijven certificeert kan zich daarentegen goed vinden in het rapport. "Wij zijn voor een risico-gestuurde aanpak", zegt voorzitter Elrie Bakker. Volgens Bakker moet per geval bekeken worden wat het gevaar is en welke maatregelen nodig zijn. Ascert heeft al voorstellen in die richting gedaan bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Tweede Kamer debatteert morgen met staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over eventuele aanpassingen in het asbestbeleid.

STER reclame