Armeense asielgezinnen laten zich nauwelijks uitzetten

Demonstratie tegen uizetting Howick en Lili in Den Haag ANP

Armeense asielzoekers proberen hun uitzetting relatief vaak te voorkomen. Zij zijn hierin vasthoudender dan andere asielzoekers die worden afgewezen. Armeniërs geven bijvoorbeeld al vaak verkeerde namen op bij hun asielaanvraag. Dat blijkt uit onderzoek (.pdf) van Solid Road, een organisatie die uitgeprocedeerde Armeense gezinnen begeleidt als ze uiteindelijk toch vrijwillig teruggaan.

De onderzoekers spraken met medewerkers van de 'gezinslocatie' in Amersfoort, waar afgewezen asielzoekers worden voorbereid op hun uitzetting. Ook met advocaten, psychologen en vrijwilligers die actief zijn in deze locatie gingen ze in gesprek. Daarnaast analyseerden ze landelijke data van de Dienst Terugkeer en Vertrek.

"Wat duidelijk is, is dat 90 procent van de Armeniërs onder een valse naam een asielaanvraag doet", zei een medewerker van de gezinslocatie tegen hen. Ze kregen niet alleen verhalen over fraude met identiteitsgegevens te horen, maar ook over geveinsde ziektes en dreigementen met zelfmoord.

De kwestie is actueel vanwege de zaak rond de Armeense tieners Howick en Lili. Ook in die zaak zijn er vragen over de werkelijke identiteit van hun moeder en hun grootouders.

Staatssecretaris Harbers heeft de Inspectie Justitie en Veiligheid gevraagd onderzoek te doen naar de chaotische handelwijze bij hun uitzetting. Justitie wil niet bevestigen of dit onderzoek ook gaat over de identiteit van de opa en oma van de kinderen en over mogelijk gerommel met papieren.

Een advocaat probeert de moeder vanuit Armenië ook nog naar Nederland te krijgen. Dat kan moeilijker worden als blijkt dat er is gelogen over de identiteit van de moeder en andere familieleden die mogelijk in Nederland zijn.

Armeniërs krijgen bijna nooit een beschermde vluchtelingenstatus. Van de Armeniërs die de afgelopen drie jaar asiel hebben aangevraagd, lukte dat zo'n 10 procent. In de meeste gevallen werd het verzoek afgewezen omdat Armenië geen onveilig land is.

Er zijn in Nederland op dit moment vijf gezinslocaties voor afgewezen gezinnen. De afgelopen vier jaar verbleven daar 181 Armeense gezinnen, bestaande uit zo'n 700 mensen. Armeense gezinnen zijn de grootste groep in de gezinslocaties.

Meerdere organisaties proberen Armeense asielzoekers te helpen met hun terugkeer naar Armenië. Zij merken dat veel asielzoekers van tevoren goed op de hoogte zijn van Nederlandse procedures:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Anderen leggen vooraf al uit: zo moet je het doen als je binnenkomt'

'Nee' is ook een antwoord

"Laat de procedure alsjeblieft niet zo lang duren", zegt Gevorg Babayan van Mission Possible. Deze stichting helpt Armeniërs die moeten terugkeren met het opbouwen van een toekomst. "Dat is dodelijk voor mensen, zeker voor kinderen. 'Nee' is ook een antwoord."

Hij roept Armeniërs op niet eindeloos door te reizen en in onzekerheid te blijven leven, maar terug te keren naar Armenië. Desondanks heeft hij er begrip voor dat asielzoekers er alles aan doen om te blijven. "Iedereen wil het beste voor zijn kinderen. Bovendien wordt je al vooraf verteld hoe je het moet aanpakken als je je verblijf wilt rekken. Als je reisdocumenten laat zien, word je makkelijker uitgezet."

Plan B

Uit de gesprekken die de onderzoekers in Amersfoort voerden, blijkt dat het nauwelijks lukt om met Armeniërs te praten over terugkeer. "Ze willen niet nadenken over een plan B. Ze blijven tegen alle statistieken in hopen op een verblijfsvergunning. Pas als illegaliteit met het hele gezin de enige optie is, wordt vrijwillige terugkeer 'de minst slechte' optie", schrijven de onderzoekers.

Uit de cijfers blijkt dat, van iedereen in de gezinslocaties, Armeniërs het vaakst vertrekken zonder dat iemand weet waarheen. Zij laten het vaker dan gemiddeld op een gedwongen vertrek aankomen en kiezen minder vaak dan gemiddeld voor een vrijwillig vertrek.

De leeftijd van de kinderen speelt vaak een rol bij de bereidheid om echt weg te gaan. De kinderen van de Armeniërs die wel vrijwillig vertrokken, waren vaak jonger dan 5.

389 van de 700 Armeniërs die in de gezinslocaties zijn geplaatst, zijn daar inmiddels weg. Van hen vertrok 64 procent met onbekende bestemming. Mogelijk zijn ze nog in Nederland zonder geldige verblijfsdocumenten.

15 procent vertrok vrijwillig uit Nederland. Zij kregen hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie en andere hulporganisaties. 21 procent, oftewel 81 mensen, is onder dwang vertrokken.

bron: Dienst Terugkeer en Vertrek van het ministerie van Justitie en Veiligheid

De ervaringsdeskundigen hebben ook de indruk dat Armeniërs psychische problemen vaak overdrijven. In sommige gevallen verdenken professionals hen van manipulatie door het aannemen van een slachtofferrol.

"Vaak hebben ze bij aankomst hier al een visitekaartje van de psycholoog bij zich", zegt een van de geïnterviewde professionals. "In Armenië hebben ze blijkbaar al informatie gekregen van een instantie die psychosociale hulp biedt aan vreemdelingen."

Een van de geïnterviewde psychologen zegt verder dat hij nog nooit Armeniërs beter heeft zien worden. "Ze blijven ziek en doen ook weinig met gedragsadviezen." Advocaten gebruiken psychische problemen als argument om ouders onder toezicht te stellen, volgens de psycholoog. Als dat is gebeurd, zijn de kinderen niet meer uitzetbaar.

Vaak hebben ze bij aankomst hier al een visitekaartje van de psycholoog bij zich. In Armenië hebben ze blijkbaar al informatie gekregen van een instantie die psychosociale hulp biedt aan vreemdelingen.

Professional in gezinslocatie

Vrijwilligers, met name uit de kerk, hebben invloed op de bereidheid om mee te werken aan terugkeer, zeggen de betrokken professionals in het onderzoek. Armeense asielzoekers hebben vanwege hun christelijke achtergrond veel contact met kerkgenootschappen .

Verschillende vrijwilligers zeggen dat ze de Armeniërs ontmoedigen de illegaliteit in te duiken. "Hoewel wij het afraden, zie je vaak dat voor illegaliteit wordt gekozen, dat een of meerdere gezinsleden onderduiken", zegt een van hen. "Mensen hopen toch ergens nog op een verblijfsvergunning. Het generaal pardon in 2007 heeft hoop gegeven."

Er is ook kritiek op de hulp van kerken. Volgens een gezinsbegeleider geven die de Armeniërs vaak valse hoop. "De overheid zegt heel wat anders dan kerken en hulporganisaties. Die zouden een eerlijker verhaal moeten vertellen en mensen geen valse hoop geven."

Hulp van kerken aan Armenen kan ook vervelend uitpakken, blijkt uit het onderzoek. Een kerk-vrijwilliger vertelt dat een Armeense vrouw de diaconie "helemaal heeft kaalgeplukt". De vrouw zou aanvankelijk zes weken onderdak krijgen. Maar na tien weken was er nog geen verblijfsvergunning in zicht. Toen heeft de kerk een appartement voor haar gehuurd. "Uiteindelijk hebben we haar tien jaar lang van huur en eten voorzien."

De overheid zegt heel wat anders dan kerken en hulporganisaties. Die zouden een eerlijker verhaal moeten vertellen en mensen geen valse hoop geven.

Vertrekbegeleider gezinslocatie

Solid Road adviseert hulpverleners en instanties die met Armeniërs werken, om direct over een plan B te beginnen, zodra ze asiel aanvragen. Kinderen moeten bijles krijgen in hun eigen taal. Veel Armeense kinderen op de gezinslocaties spreken redelijk Armeens maar kunnen het niet goed lezen of schrijven.

Nu kunnen ouders die weg moeten in Nederland hier een vakopleiding volgen. Maar Solid Road adviseert om ze dat pas na terugkeer in Armenïë te laten doen.

Monitoren

En tot slot stelt Solid Road voor om in Armenië mensen nog tot twee jaar na hun terugkeer te monitoren. Dat kan meer inzicht geven in het al dan niet slagen van re-integratie in Armenië. Bovendien kan het de vraag misschien beantwoorden waarom gezinnen soms opnieuw weer naar West-Europa gaan.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid herkent dat het lastig is gezinnen uit te zetten, niet alleen in het geval van Armeense gezinnen. Of fraude bij Armeniërs vaker voorkomt dan bij asielzoekers uit andere landen kan het ministerie niet zeggen.

STER Reclame