PvdA-fractievoorzitter senaat legt taken neer om examenschandaal

André Postema ANP

De fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, André Postema, legt zijn functie neer. Hij blijft wel lid van de Eerste Kamer. Dat heeft de PvdA-senaatsfractie laten weten.

Vice-fractievoorzitter Esther-Mirjam Sent neemt de taken van fractievoorzitter waar, tot er een nieuwe voorzitter is gekozen. Na de zomer wordt dat bepaald.

Postema raakte in opspraak vanwege het schandaal met de vmbo-eindexamens in Maastricht. Postema is voorzitter van het college van bestuur van Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO), de koepel waaronder de scholen vallen.

Geen reden

Uit Postema's verklaring die door zijn fractie naar buiten is gebracht, blijkt dat hij zelf geen reden zag om een stap opzij te doen. Zijn hoofdfunctie in het onderwijs staat los van zijn positie als Kamerlid, schrijft hij.

Dat hij toch opstapt, is vanwege kritiek in zijn eigen fractie. "Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken. Ik heb daarom vandaag besloten mijn fractievoorzitterschap per direct neer te leggen."

Vorige maand werd bekend dat 354 eindexamenkandidaten van twee vmbo-scholen in Maastricht geen recht hadden op een diploma, omdat ze ten minste een vak niet hadden afgerond. Ze hadden daarom niet mee mogen doen aan het centraal schriftelijk eindexamen.

Afwachten

Donderdag werd bekend dat Postema het onderzoek naar de oorzaken van het debacle wil afwachten, voordat hij besluit of hij als LVO-bestuurder kan aanblijven. De raad van toezicht heeft hem gevraagd om te blijven.

Diezelfde dag lekte uit dat de PvdA-fractie in de Tweede Kamer vindt dat Postema geen bestuursvoorzitter kan blijven, omdat dat zijn aanblijven de PvdA zou schaden.

Verklaring André Postema:

Werkzaamheden in de hoofdfunctie staan los van het Eerste Kamerlidmaatschap. Dat is de enige manier om het belangrijke, deeltijdwerk van Senator te kunnen doen. Ik heb dit sinds mijn lidmaatschap van de Eerste Kamer sinds juni 2011 altijd kunnen bewaken: als vice-voorzitter van de Universiteit Maastricht en vervolgens als voorzitter van het Limburgs Voortgezet Onderwijs.


De afgelopen weken is er veel gebeurd op één van de scholen van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs. Ik heb mij na de premature bekendmaking van de Inspectie dat de eindexamens van alle leerlingen ongeldig zijn verklaard, ten volle ingezet om de leerlingen en docenten van het VMBO Maastricht zo snel mogelijk weer een perspectief te kunnen bieden. Voor hetgeen daaraan vooraf is gegaan zal een onderzoek worden uitgevoerd. Ik heb aangegeven naar de uitkomsten van dit onderzoek uit te zien, zodat ook ik daar verantwoording over kan afleggen.

Inmiddels wordt in de media en ook in de Tweede Kamer de relatie gelegd tussen mijn hoofdfunctie en mijn positie als lid van de Eerste Kamer. Ik ben van mening dat deze relatie er, uitgaande van de voorwaarde van fatsoenlijk en integer handelen, niet is. Ik ben een gekozen volksvertegenwoordiger, dat is een politieke verantwoordelijkheid. En ik ben een benoemd bestuurder, dat betreft een bestuurlijke verantwoordelijkheid. Ik heb het lidmaatschap van de Eerste Kamer en mijn hoofdfunctie altijd gescheiden gehouden en zal dat blijven doen. Het is de enige manier waarop wij als Senatoren kunnen functioneren en ook de enige manier om de Senaat een eigenstandige positie te laten behouden in het Nederlandse parlementaire stelsel.

Ondanks dit alles ervaar ik dat mijn functie als fractievoorzitter momenteel ter discussie staat, ook in de fractie. Ik betreur dit. Het is echter ook aan de fractievoorzitter om te voorkomen dat we als fractie in een patstelling of zelfs onderling conflict geraken. Ik heb daarom vandaag besloten mijn fractievoorzitterschap per direct neer te leggen.

STER Reclame