6000 jaar oud babyskelet in arm vrouw gevonden in Nieuwegein

Aangepast
De archeologische vondst in Nieuwegein (links) en een artist impression NOS/Peer Ulijn

In Nieuwegein is een bijzondere archeologische vondst gedaan: een babyskelet van 6000 jaar oud. Het kindje zou hebben behoord tot de Swifterbantcultuur, de eerste landbouwende cultuur in Nederland. Het is het eerste babyskelet dat is gevonden uit die periode. Archeologen komen baby's niet vaak tegen, omdat het kraakbeen meestal vergaat.

Er zijn onder meer een schedel, een pijpbeen en een kaak met gebitselementen aangetroffen. Uniek is ook dat de baby in de armen van een vrouw van tussen de twintig en dertig jaar lag.

Opvallend was dat ze met één arm gebogen en met de andere gestrekt lag begraven, zegt projectleider Helle Molthof in het NOS Radio 1 Journaal. "Dat is voor die cultuur uniek, omdat die mensen meestal met gestrekte armen en benen begraven werden. Later deden we de ontroerende ontdekking dat er een baby'tje in haar armen lag."

Archeoloog Kirsten Leijnse, die betrokken was bij de opgraving, noemt het "een fantastische vondst, een waar je hart sneller van gaat slaan." Ze beschrijft in de video hieronder wat ze vorig jaar vond in Nieuwegein:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Babylijkje van 6000 jaar oud

Dna-onderzoek

Dna-onderzoek moet uitwijzen of het inderdaad om de moeder gaat, al lijkt die kans groot. De onderzoekers hopen daarbij meer te weten te komen over grafceremonies uit die tijd. "We weten best wel veel over hoe ze leefden, woonden en wat ze aten", zegt Molthof, "maar we weten nog niet veel over hoe ze hun doden begroeven en wat er met kinderen gebeurde."

De onderzoekers gaan ook aan de hand van isotopen bekijken of de vrouw geboren is in de buurt van Nieuwegein, of dat ze daar later pas naartoe trok.

Swifterbantcultuur

In de jaren 50 en 60 werden bij Swifterbant in de net drooggelegde Flevopolder overblijfselen ontdekt van een cultuur uit de Midden-Steentijd. Deze jagers-verzamelaars leefden rond 5000 voor Christus in de moerasachtige gebieden van de visserij en de jacht, maar geleidelijk ging veeteelt ook een rol spelen. Het aardewerk dat deze gemeenschappen maakten, wordt gekenmerkt door een typische spitse vorm. Later gaat de Swifterbantcultuur over in de trechterbekercultuur.

De archeologen zijn gestuit op de overblijfselen toen ze voorafgaand aan de bouw van een bedrijvenpark bij Nieuwegein een opgraving deden. "Daar vonden we een heleboel dingen van de Swifterbantcultuur", zegt Molthof, die spreekt van een prachtige ontdekking.

"We kwamen skeletten tegen van volwassenen. Omdat het daar erg nat en kleiig was, konden we alles heel moeilijk zien. We hebben dat hele stuk grond in een grote bak gestopt en in een andere ruimte onderzocht. Omdat we zo rustig te werk konden gaan, zijn we op de botresten gestuit."