Babysterfte in Nederland blijft dalen

ANP

Het percentage baby's dat tijdens de zwangerschap, bevalling of binnen vier weken na de geboorte overlijdt is de afgelopen vijf jaar met twintig procent gedaald. Dat blijkt uit cijfers van Perined, de stichting die cijfers over de Nederlandse geboortezorg verzamelt en jaarlijks publiceert.

In 2016 werden er ruim 169.000 baby's geboren. Daarvan overleden er 7 op de 1000. "Ten opzichte van het jaar daarvoor zie je geen groot verschil, maar wanneer je verder terugkijkt gaat zie je een duidelijke daling", zegt Jan Nijhuis, hoogleraar verloskunde in het Maastricht UMC+. "Want in 2010 overleden 9 op de 1000 geboren kinderen, in 2004 waren dat er 10 op de 1000 en in 2000 nog 12 op de 1000."

Europese cijfers hebben ons wakker geschud

Gynaecoloog Nijhuis

Het gaat dan om de zogenoemde 'totale perinatale sterfte'. Dat is de sterfte tussen 22 weken zwangerschap en tot en met 28 dagen na de bevalling.

Met kleine beetjes beter

De cijfers laten volgens Nijhuis zien dat het steeds een stukje beter gaat in de geboortezorg. "Per jaar zijn het hele kleine beetjes, maar als je kijkt wat we sinds vijf jaar bereikt hebben is dat heel veel", zegt hij.

"De babysterfte boven de 37 weken is zelfs met een kwart afgenomen ten opzichte van vijf jaar geleden", zegt Nijhuis. "En daar is hard voor gewerkt. Deels dankzij Europese cijfers die ons een beetje wakker hebben geschud."

Nijhuis doelt op vergelijkingen van babysterfte-cijfers tussen verschillende Europese landen. Zo'n vergelijking werd de afgelopen twintig jaar drie keer gepubliceerd, met tussenperioden van ongeveer vijf jaar. De meest recente publicatie dateert uit 2010.

Over de juiste interpretatie van die Europese cijfers verschillen de meningen, maar het was wel aanleiding voor de Nederlandse overheid en voor alle partijen in de geboortezorg om aan de slag te gaan met verbeterpunten.

Meer echo's

"Iedereen heeft zich enorm ingespannen", zegt Nijhuis. "Zo is er veel meer samenwerking tussen verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. Er is veel onderzoek gedaan om het beleid te verbeteren. Die kennis wordt toegepast. Zo letten we beter op de groei van het kind. We maken meer echo's. Ook zijn we meer prenataal onderzoek gaan doen. En we zijn denk ik ook beter naar zwangeren gaan luisteren, wanneer zij bijvoorbeeld minder beweging voelen. We zijn in de hele sector oplettender geworden."

Nijhuis benadrukt dat het nog altijd beter kan en moet. "Het ging in 2016 nog steeds om 1166 doodgeboren baby's. Je kunt uiteraard niet alles voorkomen, maar iedereen wil dat aantal natuurlijk verder omlaag hebben", zegt hij.

Europese vergelijking

Het aantal vrouwen dat in 2016 thuis is bevallen is 13 procent. Dertig procent van de zwangeren bevalt uiteindelijk in de eerste lijn. Dat kan zijn thuis, of in het ziekenhuis onder begeleiding van de eigen verloskundige of huisarts. Het aantal vrouwen dat ervoor kiest om in plaats van thuis onder begeleiding van de eigen verloskundige in het ziekenhuis te bevallen, nam iets toe.

Wanneer opnieuw een Europese vergelijking verwacht kan worden, laat zich nog niet precies voorspellen. De verwachting is voor aankomende zomer. Maar dat is onder andere afhankelijk van de financiering ervoor, zegt Nijhuis. Daartoe heeft Perined contact gezocht met het ministerie van Volksgezondheid.

STER Reclame