Grillige schilderijen van Oost-Duitse Neo Rauch in Zwolse Fundatie

Aangepast
Neo Rauch tussen zijn werken op de persbijeenkomst in Zwolle Jeroen Wielaert / NOS
Geschreven door
Jeroen Wielaert
verslaggever

Er is een fors stuk uit de Muur genomen. Een man metselt er een lager muurtje voor in de plaats. Elders, in glooiende, groene landerijen, in versleten steden zijn mensen druk bezig met stokken en muziekinstrumenten, omringd door beesten met mensenkoppen.

Ze bevolken de toverdoeken van de Duitse schilder Neo Rauch. Vanaf vandaag is in de Fundatie in Zwolle een overzichtstentoonstelling te zien met 65 schilderijen uit de jaren 1993-2017: Dromos.

In het oosten van Nederland bestaat een opvallende belangstelling voor eigenzinnige schilders uit het oosten van Duitsland. In 2017 exposeerde De Fundatie het werk van Werner Tübke (1929-2004), een schilder uit de voormalige DDR. Tegelijkertijd kwam Museum MORE in Gorssel met een eerbetoon aan Berlijner Johannes Grützke. Hij overleed vlak na het bezoek aan de expositie, 79 jaar oud. Het was de innige wens van Fundatie-directeur Ralph Keuning om groots uit te pakken met de Oost-Duitse schilder Neo Rauch (1960).

1/5Werk van Neo Rauch in Zwolle Jeroen Wielaert / NOS
2/5 Jeroen Wielaert / NOS
3/5 Jeroen Wielaert / NOS
4/5 Jeroen Wielaert / NOS
5/5 Jeroen Wielaert / NOS

Smullend zegt Keuning: "In New York zouden ze hier hun vingers bij aflikken. Hij is natuurlijk in de DDR opgeleid. Ik voel heel erg zijn bron in het stripverhaal, in de popart. Hij is sky high gegaan in de tweede helft van de jaren 90. Wat heel interessant is, is dat Amerikaanse musea en kunstverzamelaars hem in eerste instantie ontdekten. Ze vonden er een vleugje Europa in, misschien een vleug Duitsland tussen de wereldoorlogen, ook wel een beetje DDR, maar vooral heel veel popart."

Neo Rauch is geboren in Leipzig en ging daar in de tweede helft van de jaren 1980 naar de beroemde Hochschule für Grafik und Buchkunst. Van de grote docent Arno Rink kreeg Rauch geen onderwijs in socialistisch realisme. Het belangrijkste was de kunst zelf, ouderwets ambachtelijk leren schilderen, met voorbeelden als Cézanne en Otto Dix.

Ik laat geen politiek toe in mijn werk. Dat is vervuiling.

Neo Rauch

In die tijd was de DDR al sterk in verval, de amechtige bestuurders hadden geen aandacht voor de Hochschule. Rauch kon vrij werken. Hij ontwikkelde zich van abstract naar figuratief.

De expositie in Zwolle is chronologisch geordend. Dromos is het eerste schilderij, uit 1993, vier jaar na de val van de Muur. Het komt in indringend blauw op je af, vol merkwaardige amfibieën. Anima III toont voor het eerst een vrouwenfiguur, ook al in overheersend blauw.

Dromos van Neo Rauch De Fundatie

Op de persbijeenkomst vooraf wilde Rauch niet te veel uitweiden over Leipzig en de Hochschule. Hij vertelde: "In Leipzig was het triestheid en monocultuur. In de jaren 80 was het een vervallen oude dame die betere tijden had beleefd. Ik laat geen politiek toe in mijn werk. Dat is vervuiling. Het is iets anders dan wat ik als persoon over politiek denk. Ik ben een Duitser met alle betekenissen daarvan, maar ook met een romantische laag. Ik ben sterk beïnvloed door Max Beckmann, bepaald geen standaard Duitser, maar een man met een meedogenloze vastbeslotenheid."

Wereld van raadsel en dromen

Het is ook daarom dat de doeken van Rauch verre van lyrisch zijn, maar ruig, robuust, raadselachtig. Ingetogen, maar enthousiast legt Rauch uit waar het hem in de kern om gaat: "Herbetovering, ontdekkingsvreugde, het pure avontuur, een wereld van raadsels en dromen." Het is een uitnodiging aan de bezoeker om die wereld binnen te gaan.

Voorbij het socialistisch paradijs van boeren en arbeiders zijn Rauchs mensen noest en industrieel bezig, er ontwikkelt zich van alles in fabrieken en aan tekentafels, samen, maar ook langs elkaar heen. Een enkele eenling wijst heroïsch de weg.

Af en toe hebben ze zich met hun vreemde, boschiaanse beestenboel verplaatst naar het landelijke Duitsland van de 19de eeuw. Dan vieren ze heel ouderwets het leven, teruggetrokken van al die industrie en andere wereldse razernij. Rauchs schilderverhaal gaat over een bizarre participatiesamenleving met veel sprongen in de tijd - het is ook te zien aan de decors en de kleding.

Wat hij laat zien is een wereld van contact en volkomen gebrek aan contact.

Ralph Keuning, directeur Museum de Fundatie

Het zijn grillige wereldbeelden met veel mededogen, hart voor mensen. Dat beaamt Rauch tussen zijn doeken in Zwolle. "Ja, als dat zich laat verenigen, is het goed. Als ik een avontuur zoek in de diepte van mijn onderbewuste en daar op een hart stuit, niet koud, maar warm, is alles in orde."

Ralph Keuning heeft zijn eigen, gepassioneerde uitleg. "Het heeft heel erg te maken met vervreemding van de wereld waarin Rauch leeft, maar ook met het zoeken naar een bron, een zin, een noodzaak. Wat hij laat zien is een wereld van contact en volkomen gebrek aan contact, van schoonheid en het volledig ontbreken van schoonheid, waarin iedereen een evenwicht zoekt, een reden, een doel, een richting. Dat doen wij op dit moment met zijn allen. Wij zoeken ons kapot aan een richting. Hier in de Fundatie word je bedolven door richtingssuggesties die hoop geven, maar je ook alle hoop ontnemen. Rauch is een humaan schilder, een schilder van de mens."