Ollongren: referendum over intrekken referendumwet niet logisch

Interview politiek verslaggever Michiel Breedveld met minister Ollongren over referendumwet

Het kabinet heeft ingestemd met het voorstel van minister Ollongren om de referendumwet in te trekken en daar vervolgens geen raadgevend referendum meer over te organiseren.

"Ik vind het niet goed om de suggestie te wekken dat mensen nog veel invloed hebben", zegt Ollongren na afloop van de ministerraad. "Ik wil vooraf duidelijkheid geven."

De minister wijst erop dat de invloed van kiezers hoe dan ook zeer beperkt was geweest, omdat het kabinet de uitslag van een raadgevend referendum naast zich neer had kunnen leggen.

Niet logisch

Ollongren: "Als de Tweede en Eerste Kamer, het hoogste democratische orgaan, de intrekkingswet hebben aangenomen, dan vind ik het niet logisch om daarna nog zo'n referendum te houden." De datum dat de intrekkingswet in werking treedt is meteen de datum dat de referendumwet niet meer bestaat.

Hoe dat precies juridisch is geformuleerd wil Ollongren niet zeggen, omdat de teksten nu eerst naar de Raad van State worden gestuurd. Die oordeelt of het allemaal klopt en te verdedigen is. Daarna gaan de teksten pas naar de Tweede Kamer en worden ze openbaar.

Meer invloed

De vier regeringspartijen VVD, CDA, D66 en CU besloten in het regeerakkoord tot afschaffen van het referendum omdat zij vinden dat het niet werkt.

"De bedoeling was dat mensen het gevoel kregen meer invloed te hebben", zegt Ollongren. "Het resultaat was dat mensen juist minder invloed voelden en dat is slecht voor het aanzien van de politiek."

Het raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ook wel 'aftapwet' genoemd, gaat gewoon door. De mogelijkheid om andere referenda over nieuwe wetgeving te organiseren blijft bestaan totdat de intrekkingswet van kracht is.