Dekolonisatie Nederlands-Indië: de onderste steen boven

Tropenmuseum/CC BY-SA 3.0

Vandaag wordt officieel het startschot gegeven voor een breed opgezet onderzoek naar de dekolonisatieoorlog in Indonesië, van 1945 tot 1950. Al enkele jaren wordt gepleit voor een nieuw wetenschappelijk onderzoek naar deze periode, waarbij beide kanten, zowel de Indonesische als de Nederlandse, worden belicht.

Aanleiding voor het onderzoek zijn recente publicaties over het optreden van Nederlandse militairen in toenmalig Nederlands-Indië. Met name in Remy Limpachs 'De brandende kampongs van generaal Spoor' kwam aan het licht dat de Nederlandse krijgsmacht structureel extreem geweld heeft gebruikt tegen de Indonesiërs.

Het kabinet ging eind vorig jaar akkoord met nieuw onderzoek naar de dekolonisatieperiode, en stelde er 4,1 miljoen euro voor beschikbaar. In september 2021 moet het onderzoek klaar zijn. Het wordt uitgevoerd door het NIOD, het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).

Getuigenissen

In het onderzoek naar de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs en de Nederlandse reactie komt veel ruimte voor getuigenissen van Nederlandse en Indonesische burgers en veteranen. Daarnaast maken de onderzoekers gebruik van historische bronnen in Nederland, elders in Europa en in de VS, Australië en Japan om inzicht te krijgen in onder meer de rol van de politiek, van justitie en het leger.

'Nederland is erg slecht in het reflecteren op de zwarte bladzijden in de geschiedenis'

Veel aandacht is er voor de communicatie tussen politici en legertop, tussen Den Haag en het bestuur in Indië, en de vraag wie op de hoogte was van de gang van zaken in Nederlands-Indië.NIOD-directeur Frank van Vree: "We onderzoeken hoe de processen zich hebben voltrokken, vanuit verschillende perspectieven."

Daarbij gaat het volgens hem niet om 'goed' of 'fout'. "We willen vooral aangeven wat er is gebeurd en wat we daarbij tegenkomen. Of het nu oorlogsmisdaden zijn of pogingen om dingen in de doofpot te stoppen. Of juist pogingen om conflicten te voorkomen, dat is wat we zullen beschrijven."

Heftiger en grootschaliger

De drie betrokken instituten dringen al sinds 2012 aan op een diepgravend onderzoek. Recente publicaties en opgedoken oude foto's van de militaire operaties toonden nog eens aan dat het geweld tegen onafhankelijkheidsstrijders en burgers zich niet beperkte tot incidentele excessen in een strijd waarin de krijgsmacht zich hoofdzakelijk correct had gedragen, zoals Nederlandse regeringen lang hebben volgehouden.

Van Vree verwacht dat het onderzoek zal aantonen dat de dekolonisatieoorlog veel heftiger en grootschaliger is geweest dan in Nederland lange tijd is gedacht. Ook de inzet van vliegtuigen voor bombardementen wordt onderzocht. "Dan zou de werkelijkheid nog wel eens gruwelijker kunnen zijn dan wij lange tijd hebben gedacht."

Na het einde van de Japanse bezetting in augustus 1945 was Nederland vastbesloten de kolonie Nederlands-Indië weer onder Nederlands bestuur te brengen. Dat stuitte op fel verzet van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Tijdens twee zogenoemde politionele acties - in feite militaire interventies - werd tussen 1947 en 1949 alles op alles gezet om het verzet te breken. Hierbij kwamen naar schatting 5000 Nederlandse militairen en zeker 100.000 Indonesiërs om. Uiteindelijk erkende Den Haag, onder zware Amerikaanse druk, de Indonesische onafhankelijkheid op 27 december 1949.