De een bezit meer dan de ander, maar wat maakt dat uit?

AFP

De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. Een schande, vindt Oxfam Novib, dat vandaag met cijfers kwam waaruit blijkt dat er acht mannen zijn met samen evenveel vermogen als de armste helft van de wereldbevolking. De ontwikkelingsorganisatie heeft allerlei morele bezwaren, maar wat zijn de economische gevolgen van die ongelijkheid? En hoe zit dat in Nederland?

"Oxfam Novib komt al enkele jaren met dit rapport, maar toch is er de afgelopen jaren weinig verbeterd", zegt econoom Robert Went van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), die onderzoek deed naar de kloof tussen arm en rijk. Het onderwerp staat volgens hem hoog op de politieke agenda, maar echte oplossingen zijn er nog niet. "De discussie blijft vaak bij morele standpunten hangen."

Juist om die reden zette de WRR in een rapport de mogelijke economische gevolgen van ongelijkheid op een rij:

- De rijken hebben weliswaar meer te besteden, maar ook zij kopen geen 1000 spijkerbroeken per dag. En ze gaan ook niet elke dag 16 keer uit eten. De grote groep mensen die steeds minder te besteden heeft, kan juist minder uitgeven. Het kan volgens de WRR de economische groei wel verminderen, als de consumptie bij een klein groepje mensen ligt. 

- Daarnaast noemt de WRR de invloed op de politiek. Rijken hebben over het algemeen meer middelen om te lobbyen. Doordat de vermogenden in verhouding steeds meer te besteden hebben, groeit ook hun invloed. Denk bijvoorbeeld aan donaties aan politieke partijen. Ze kunnen daardoor makkelijker wetgeving voor elkaar krijgen die gunstig voor ze is.

Kloof arm en rijk groeit

- En dan zijn er nog schulden. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een lager inkomen luxe spullen kopen als ze zien dat rijkere mensen dat doen. Daar lenen ze geld voor. Maar als ze die leningen niet meer kunnen aflossen, kunnen ze ook geen spullen meer kopen. Dat remt de economische groei. Als voorbeeld noemt de WRR de hypotheekcrisis in de VS in 2008. "Mensen met een lager inkomen kregen gemakkelijk een hypotheek. Maar toen de rente iets veranderde, had dat meteen grote gevolgen."

- Als laatste punt noemt de WRR investeringen. Als steeds meer mensen moeite hebben het hoofd boven water te houden, kunnen zij ook moeilijk investeren in de toekomst. Een eigen zaak beginnen zit er dan bijvoorbeeld niet meer in, evenmin als een opleiding. Volgens de WRR zou dat in de toekomst zowel de economische groei als de persoonlijke ontwikkeling afremmen.

Sociale spanningen

Volgens het WRR leidt vermogensongelijkheid ook tot sociale spanningen. Mensen hebben de neiging zichzelf te vergelijken. Als er dan grote verschillen zijn die als oneerlijk worden ervaren, kan dat leiden tot wantrouwen en jaloezie. Dat is ook terug te zien in de cijfers. In landen met grotere ongelijkheid is er over het algemeen meer criminaliteit en ligt het drugsgebruik hoger dan in landen waar de vermogensverschillen minder groot zijn. 

Situatie in Nederland

Het CBS heeft berekend dat de vermogensongelijkheid de afgelopen jaren is toegenomen. In 2006 had de 20 procent rijkste huishoudens 77 procent van het vermogen in handen. In 2011 werd dat 80 procent en in 2014 steeg dat verder naar 86 procent.

De ongelijkheid nam vooral toe door de daling van de huizenprijzen tijdens de crisis. Mensen van wie het vermogen vooral bestond uit hun eigen woning werden zwaarder getroffen dan mensen die bijvoorbeeld ook nog spaargeld, aandelen of obligaties hadden.

Inmiddels is het tij aan het keren, want de huizenprijzen stijgen weer. Dat blijkt ook uit de cijfers van Oxfam Novib. Nu bezit de rijkste 20 procent van Nederland 72 procent van het vermogen.