AFP

Syrië en Rusland zeggen dat ze niets te maken hebben met het bombardement op een hulpkonvooi in de provincie Aleppo. Daarbij kwamen gisteren zo'n twintig mensen om het leven en werden achttien van de 31 trucks met hulpgoederen verwoest.

Volgens de Verenigde Naties waren alle strijdende partijen in Syrië geïnformeerd dat de trucks bij de plaats Urm al-Kubra stonden. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in Londen is ervan overtuigd dat een Russische of Syrische straaljager de trucks heeft aangevallen.

Het Russische ministerie van Defensie gelooft niet dat het konvooi is gebombardeerd. Een woordvoerder zegt dat er op een of andere manier brand is ontstaan.

Vanwege de aanval stopt het Rode Kruis drie dagen met de hulpverlening in de provincie Aleppo. De veiligheid van hulpverleners kan niet worden gewaarborgd.

Wapenstilstand

De aanval begon enkele uren na het aflopen van de wapenstilstand die vorige week maandag in ging. Het Syrische leger en de rebellen beschuldigen elkaar van het schenden van het bestand. 

Zaterdag wankelde de wapenstilstand al door een bombardement van de coalitie tegen Islamitische Staat. Bij die aanval op een basis in de stad Deir al-Zour kwamen zo'n 60 Syrische militairen om het leven. 

De Syrische president Assad noemde de aanval "het zoveelste voorbeeld van de Amerikaanse agressie tegen het Syrische leger".

STER reclame