Nederland spreekt van 'de kwestie van de Armeense genocide'

Onthulling herdenkingsmonument Armeense genocide vorig jaar in Almelo ANP

De Duitse Bondsdag heeft vrijwel unaniem de Armeense genocide erkend, tot grote woede van Turkije. Daar is de massamoord op Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog een uiterst gevoelige kwestie. 

Turkije erkent dat er honderdduizenden mensen zijn gedood, maar wil niets weten van een bewust geplande genocide. Het is in Turkije verboden om van "de Armeense genocide" te spreken. De bijna dertig landen die de genocide officieel hebben erkend, waaronder nu dus ook Duitsland, kregen altijd woedende reacties uit Ankara, hoewel de erkenning meestal geen praktische gevolgen voor de relatie met Turkije heeft.

Nederland heeft de Armeense genocide niet officieel erkend. De Tweede Kamer nam in 2004 wel met algemene stemmen een motie van de ChristenUnie aan. Daarin wordt de Nederlandse regering gevraagd om in gesprekken met Turkije over toetreding tot de EU steeds opnieuw over erkenning van de Armeense genocide te beginnen.

De inmiddels bijna 12,5 jaar oude motie wordt vaak opgevoerd als een Nederlandse erkenning. Maar er staat niet expliciet dat het kabinet moet zeggen dat er sprake was van een genocide en dat is ook nooit gebeurd. Het Nederlandse kabinet spreekt tot nu toe niet over "de Armeense genocide", maar over "de kwestie van de Armeense genocide". 

MOTIE VAN HET LID ROUVOET C.S.

Voorgesteld 21 december 2004

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de Europese Raad, bijeen in vergadering op 16 en 17 december 2004 te Brussel, heeft besloten tot de start van de toetredingsonderhandelingen met Turkije per 3 oktober 2005;

constaterende, dat de Europese Raad in haar conclusies heeft vastgelegd dat met Turkije een intensieve politieke en culturele dialoog wordt aangegaan, waarbij ook het maatschappelijk middenveld wordt betrokken, teneinde het wederzijds begrip te verbeteren door mensen samen te brengen (conclusie 23);

van mening, dat daar onlosmakelijk mee verbonden is een eerlijke omgang met de eigen geschiedenis van een kandidaat-lidstaat;

verzoekt de regering om binnen het kader van deze dialoog met Turkije voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag. 

Vorig jaar diende de PVV een motie in, die wél met zoveel woorden om erkenning van de genocide vroeg. Maar die werd met 68 tegen 73 stemmen verworpen. Bijna de voltallige oppositie stemde voor. De regeringspartijen VVD en PvdA stemden tegen, net als de Nederlands-Turkse Kamerleden Kuzu en Öztürk. 

MOTIE VAN HET LID BEERTEMA C.S. 

Voorgesteld 1 april 2015 

De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat er brede wetenschappelijke erkenning is dat de Armeense volkerenmoord gekenmerkt moet worden als een genocide; constaterende dat de huidige regering niet spreekt over "de Armeense genocide", maar over "de kwestie van de Armeense genocide"; verzoekt de regering om, in alle relevante uitspraken van de regering de term "genocide" te hanteren in plaats van "de kwestie van de genocide", en gaat over tot de orde van de dag. 

Vorig jaar was in de Armeense hoofdstad Jerevan een grote herdenking van de moord op het Armeense volk tussen 1915 en 1923. Daar was geen vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij, terwijl bijvoorbeeld Frankrijk zijn president stuurde. Minister Koenders zei toen dat dit kwam omdat Nederland "andere banden met Armenië" heeft. Hij nam ook toen het woord genocide niet in de mond, maar zei wel dat er "ontzettend grote misdaden" zijn gepleegd.

De kwestie ligt gevoelig omdat in Nederland veel Turken en Nederlanders van Turkse afkomst wonen die de genocide niet erkennen. Bovendien wil Nederland dat Armenië en Turkije er samen uitkomen, en dan helpt het niet als Nederland één van de twee landen tegen zich in het harnas jaagt.

STER Reclame