Leenstra: ik zag voor de laatste rit de bui alweer hangen

Aangepast

Vlak voor de laatste rit op de olympische 1.500 meter voelde Marrit Leenstra de bui alweer hangen. Ze bezette achter Ireen Wüst de tweede plaats, met de toppers Miho Takagi en Heather Bergsma-Richardson nog te gaan. "Ik zag mezelf weer vierde worden. Maar gelukkig is het eindelijk een medaille", kijkt de Friezin terug op de spannende ontknoping die haar brons bracht.

Andere weg

Leenstra heeft de reputatie op grote toernooien op de vierde plaats te eindigen. Twee jaar geleden besloot ze haar eigen weg en de liefde te volgen. Ze ging naar Italië. De schaatsster is getrouwd met de Italiaanse oud-schaatser Matteo Anesi en besloot bij diens landgenoot Maurizio Marchetto te gaan trainen. "Dat was een bewuste keuze. Ik had het gevoel dat ik een andere weg moest inslaan."

Leenstra had Pyeongchang daarbij in haar hoofd. "Ik heb de afgelopen twee jaar heel hard getraind. Ik was altijd moe, maar ik had deze Spelen altijd in mijn hoofd. Hier wilde ik goed zijn. Ik ben zo blij met deze medaille."

Leenstra had eindelijk een keer geluk. Ze bleef nummer vier, Lotte van Beek, welgeteld eenhonderdste van een tel voor. "Dat was me niet opgevallen in eerste instantie. Ik zag alleen dat ik na Van Beek nog tweede stond", zegt de medaillewinnares.

Van Beek baalde als een stekker. Niet alleen door het minieme verschil. Na de Spelen van Sotsji, waar ze individueel brons op de 1.500 meter won en deel uitmaakte van de gouden achtervolgingsploeg, verdween de Zwolse van de radar. Een afgescheurde kruisband, astmaproblemen en de ziekte van Pfeiffer maakten het bedrijven van topsport onmogelijk.

Laatste ronde

Ze ging voor het einde van vorig seizoen op vakantie naar Lapland en hervond nieuwe energie. Ze plaatste zich voor Pyeongchang, waar een medaille opnieuw het grote doel was. Het ging in Zuid-Korea in de slotronde mis. "Ik ben hard voor mezelf. Ik heb het in de laatste ronde laten liggen. Normaal is dat mijn grote kracht. Mijn benen liepen vol."

De minieme marge met Leenstra deed Van Beek pijn. "De vierde plaats is geen plek. Ik kwam hier met een doel en dat is niet gelukt. Ik ben er niet in geslaagd de race van mijn leven te rijden. Ireen en Marrit hebben dat wel gedaan. Over vier jaar volgt een nieuwe kans."