NOS Op 3

Deze week begon de zaak tegen Roger P., bijnaam Piet Costa. Hij wordt ervan verdacht grote partijen coke te hebben gesmokkeld uit Costa Rica. Deze rechtszaak is een van de eerste die volgt uit de politiekraak van chatdienst EncroChat.

EncroChat was een dienst met eigen telefoons waarop mensen met elkaar konden praten, zonder dat anderen konden meelezen. Althans, dat dachten ze. De politie las, zonder dat criminelen het doorhadden, toch berichten mee. Bijvoorbeeld over moorden op bestelling en gigantische drugsdeals.

Begin juli publiceerde de politie beelden van een soort martelcontainer in Brabant waarover was gesproken via EncroChat. Die beelden gingen de wereld over. Volgende week start het proces daarover.

Zo zullen we volgens de politie nog veel meer uit de EncroChat-vangst terugzien in de rechtszaal. NOS op 3 legt uit hoe het zit met deze 'aardschok voor de georganiseerde misdaad':

Dat veel EncroChat-berichten in bezit zijn van de Nederlandse politie, kan lastig zijn voor advocaten van verdachten. Maar Sven Brinkhoff, hoogleraar strafrecht aan de Open Universiteit, ziet nog wel een aantal kansen.

Rechtmatigheid

Is de politie bijvoorbeeld op een rechtmatige manier aan de berichten gekomen? Nu is dat nog onduidelijk, maar in de loop van de eerste processen zal daar toch meer helderheid over moeten komen.

In eerdere processen - bijvoorbeeld het Marengo-proces waarin Ridouan Taghi terechtstaat - maakte de verdediging het punt dat de politie niet gericht genoeg berichten heeft afgetapt, maar als het ware een sleepnet heeft uitgegooid.

"Normaal gesproken moet er altijd eerst een verdenking zijn, voordat de politie actie kan ondernemen", zegt Brinkhoff. "Met de EncroChat berichten is het de vraag of die verdenking er al was of dat de politie eerst berichten heeft binnengehaald en vervolgens ging kijken of ze daar een concrete verdenking in konden vinden."

De andere berichten

En wat staat er in de andere berichten, die niet in het dossier zitten? Volgens de hoogleraar erg belangrijk voor de verdediging, want het zou zomaar kunnen dat berichten die niet aan de zaak zijn toegevoegd, bewijzen dat een verdachte niet schuldig is.

Brinkhoff: "De verdediging kan dan vragen alle berichten toe te voegen. Dat vind ik op zich heel valide. Bij de inzet van de telefoontap gebeurt dat ook."

Hoe zijn ze binnengehaald?

Ook is het nog niet helemaal duidelijk hoe de politie de berichten heeft binnengehaald, maar dat is volgens Brinkhoff wel een derde belangrijke vraag, waar de verdediging zich op zal richten. Het bepaalt namelijk welke bevoegdheid de politie heeft gebruikt om de berichten te mogen onderscheppen. En alleen als dat duidelijk is, kan een rechter bepalen of dat ook echt had gemogen.

"Omdat de technologie zich ontwikkelt en de politie daar gebruik van maakt, is steeds vaker de vraag: wat is dit nou en welke bevoegdheid passen we toe?" Wat dat betreft loopt de wetgeving op dit moment nog achter, vindt Brinkhoff: "We werken nu nog met wetgeving van eind jaren 90, maar toen kon dit technisch allemaal nog niet."

De focus van de advocaten zal volgens Brinkhoff liggen op iets wat de politie heeft gedaan, maar wat, tenminste volgens hen, eigenlijk niet mocht.

STER reclame