NOSop3

Waarom staan in Nederland zo veel megastallen?

Aangepast
NOS
Geschreven door
Nick Felix
redacteur NOS op 3

In Nederland zijn ongeveer 106 miljoen kippen, 12,5 miljoen varkens en 4,3 miljoen koeien. Aardig wat voor een klein land, en dat is een van de redenen waarom we de dieren in megastallen stoppen.

Op die stallen is veel kritiek. De dieren zouden met te veel zijn en te dicht op elkaar zitten. Dit kan zorgen voor ziekte-uitbraken en brandgevaar. Alle gassen die de dieren produceren hopen zich namelijk op en kunnen ontvlammen. En van die stalbranden zijn er steeds meer, blijkt uit cijfers van de brandweer.

Toch hebben we die grote stallen ook nodig. Alle dieren los laten lopen in de wei zou niet eens passen in Nederland. In deze video leggen we uit hoe het precies komt dat we megastallen (zijn gaan) gebruiken.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Wat er speelt in de Nederlandse veeteelt

In Nederland staan zo'n 850 megastallen. Sinds 2014 moeten deze aan strengere veiligheidseisen doen. "De nieuwe stallen hebben luchtwassers, die de schadelijke gassen uit de lucht in de stallen haalt", vertelt Jaap van Os, agrarisch expert bij Wageningen Environmental Research.

Maar veel van de megastallen zijn van voor 2014. Volgens Wakker Dier gaat dat om 658 stallen. Deze hoeven dus nog niet aan de nieuwe eisen te voldoen, zoals de aanwezigheid van verschillende brandcompartimenten. Zo kan een brand zich minder goed verspreiden als het ergens in de stal ontstaat.

Vergeleken met andere Europese landen staan in Nederland veel megastallen. Zeker als je kijkt naar de oppervlakte van ons land is de megastaldichtheid hoog. Maar grootschalige veeteelt is niet uniek, zeker in bijvoorbeeld Amerika en China worden dieren ook op grote schaal in stallen gehouden.

Wanneer een stal een megastal is, verschilt per diersoort. Voor de vleeskalveren, -kuikens en -varkens gelden deze aantallen. NOS

Al die megastallen hebben ook voordelen. "Als er overlast is, bijvoorbeeld van stank, dan is dit lokaal", vertelt Van Os. "Vroeger waren er veel kleine boerderijen die op veel verschillende plekken de stallucht verspreidden."

Sinds de jaren vijftig zijn veel kleine boeren opgeslokt door grotere bedrijven. Het aantal boerenbedrijven is sterk gedaald, maar de productie van de boeren is juist gestegen.

Daardoor is ook ons eetgedrag veranderd. Een stuk vlees is nu voor veel mensen betaalbaar, maar dat was vroeger helemaal niet vanzelfsprekend. "Toch kunnen we inmiddels ook met wat minder vlees af", vindt Van Os. "We hebben andere opties die ons ook genoeg voedingswaarden bieden en plantaardig voedsel is minder belastend voor het klimaat."