Nieuwsuur

De Geuzen waren in Nederland de eersten die in opstand kwamen tegen de Duitsers. Hun acties stonden nog in de kinderschoenen toen de groep al werd opgerold. Achttien van hen werden gefusilleerd, waarvan de jongste 21 jaar. De rest ging naar concentratiekampen. Nieuwsuur duikt in het verhaal van deze vergeten helden.

Nazi-bewind

In mei 1940 wordt Nederland bezet door nazi-Duitsland. Het koningshuis en de regering vluchten naar Londen. De Duitsers schaffen de democratie af en plaatsen Nederland onder het nazi-bewind.

De eerste fase van de bezetting is relatief mild. Het gewone leven herneemt spoedig zijn alledaagse gang. De Duitsers beschouwen de ('arische') Nederlanders als broedervolk en verwachten dat zij zich vrijwillig zullen voegen binnen het Derde Rijk. Wel volgen al in de zomer van 1940 enkele anti-joodse maatregelen.

De Geuzen

De meeste Nederlanders leggen zich neer bij het nieuwe bewind. Maar een aantal burgers maakt zich kwaad. Een onderwijzer uit de buurt van Rotterdam raakt in contact met leden van een Vlaardingse wandelclub en een christelijke jongerenbeweging. Enkele dagen na de Duitse inval richten zij de allereerste verzetsgroep op. Zij noemen zich 'De Geuzen', in navolging van de opstandelingen tegen de Spaanse bezetter tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Het Geuzenverzet stelt zich tot doel een militante organisatie op te zetten. Er moet een netwerk komen van betrouwbare personen die de bezetter ondermijnt en bestrijdt. De Geuzen verzamelen springstof, maken plattegronden van Duitse installaties en saboteren het Duitse communicatiesysteem door elektriciteitskabels door te snijden.

Oranjehotel

De verzetsgroep staat nog in de kinderschoenen als ze wordt verraden. Een van de leden heeft zijn mond voorbij gepraat. In november 1940 volgen de eerste arrestaties. Geuzen van het eerste uur, Bernard IJzerdraat, Arij Kop en Jan Kijne belanden in de Scheveningse gevangenis, in de volksmond het 'Oranjehotel' genoemd. Binnen een aantal maanden stroomt het Oranjehotel vol met honderden Geuzen.

Doodstraf

De Duitsers zien in dat hun aanpak in Nederland moet worden gewijzigd. In februari 1941 vindt de Februaristaking plaats in Amsterdam. De bezetter besluit een daad te stellen tegen al deze 'ongehoorzaamheid'. In een showproces tegen de Geuzen krijgen 15 van hen de doodstraf opgelegd. Ook drie februaristakers krijgen dit finale vonnis.

Symbool

Niemand verwacht dat de doodstraffen daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd. De veroordeelden denken tot aan het laatste uur voor de executie dat zij gratie zullen krijgen. Maar de bezetter toont zijn ware aard; op 13 maart 1941 worden 18 verzetsmannen doodgeschoten op de Waalsdorpervlakte. Jan Campert schrijft in dat jaar zijn beroemde gedicht 'De achttien dooden', dat uit zal groeien tot symbool van het verzet.

Kwajongens

Nieuwsuur spreekt met de laatste Geus die nog in staat is zijn verhaal te vertellen: Dingeman Eijgenraam. Hij werd na zijn gevangenschap in het Oranjehotel naar Buchenwald gestuurd. Vanuit daar belandde hij in Ravensbrueck.

In 1945 werd hij bevrijd in het kamp Dachau. Eijgenraam had samen met zijn broer Duitse elektriciteitskabels op de velden rond Schiedam en Vlaardingen doorgesneden. Zelf typeert hij het niet als verzetswerk. "We waren gewoon kwajongens'" zegt hij.

Moed

De Vlaardingse historicus Klaas Kornaat zegt dat de Geuzen die de oorlog overleefden hun verzetswerk achteraf vaak afdoen als kwajongenswerk. Hij vindt dat niet terecht. "De Duitsers lieten zich in het begin van hun gematigde kant zien, maar maakten wel meteen duidelijk dat verzet bieden gevaar met zich meebracht. Hier in Vlaardingen werd 1000 gulden beloning uitgeloofd om de daders te pakken die de telefoondraden hadden doorgeknipt. Dat was voor die tijd een enorm bedrag. Dus het was wel duidelijk dat de Duitsers serieus waren. Er was echt moed voor nodig om verzet te bieden, hoe klein het ook was."

Klaas Kornaat schreef het boek en werkte mee aan het hoorspel over de Geuzen: 'Wij waren achttien in getal'. Volgens hem maakten de Geuzen de weg vrij voor het militante verzet dat in 1942, 1943 op zou komen.

Dapper

Familieleden van de geëxecuteerde Geuzen vertellen vanavond hun verhaal. De zus van de jongste der 'achttien dooden', Tonny den Boon, herinnert zich nog als de dag van gisteren hoe de Duitsers haar ouderlijk huis binnenvielen en haar broer George arresteerden. Daja IJzerdraat zat bovenaan de trap te kijken toen haar vader werd opgehaald. Ze noemt het verzetswerk van de Geuzen "kinderlijk maar dapper".

"Als je terugdenkt aan wat er in die tijd kon, wat de mogelijkheden waren, dan was dat maar heel beperkt. Er was nog geen enkele ervaring met verzetswerk. De Geuzen waren pioniers. Zij waren de eersten die verzet en tegenstand boden, en hebben zo toch baanbrekend werk verricht. Na hen zijn ook anderen wakker geworden." Remco Campert draagt in Nieuwsuur het gedicht voor van zijn vader, 'De achttien dooden'.

Trots

Peter de Knegt (peter.de.knegt@planet.nl) schreef het boek 'De jongste van de achttien doden', over George den Boon. Hij was de jongste van de Geuzen die geëxecuteerd werd. In zijn afscheidsbrief schreef hij trots te zijn te sterven voor volk en vaderland.

De geëxecuteerde Geuzen Bernardus IJzerdraat Arij Kop Jan Kijne George den Boon Leendert Keesmaat Jan Wernard van den Bergh Reijer Bastiaan van der Borden Nicolaas Arie van der Burg Jacob van der Ende Albertus Johannes de Haas Dirk Kouwenhoven Frans Rietveld Johannes Jacobus Smit Hendrik Wielenga Leendert Langstraat

Vragen en/of opmerkingen? Mail: Milena.Holdert@Nieuwsuur.nl

STER reclame