Nieuwsuur

Experts: niet landen zelf, maar satellieten gaan straks CO2-uitstoot meten

Op alle klimaatconferenties staat verlagen van de uitstoot van broeikasgassen altijd weer centraal, zo ook tijdens de klimaattop in Egypte. Opmerkelijk genoeg wordt de uitstoot tot nu toe geschat door de landen zelf. Experts zien het gebruik van satellietdata als een doorbraak, met mogelijk verstrekkende gevolgen.

"Je kan je voorstellen dat je af en toe in je eigen voordeel afrondt, als je je eigen proefwerk nakijkt", zegt Detlef van Vuuren, klimaatonderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Hij is betrokken bij het Global Carbon Project, een project van klimaatwetenschappers die onafhankelijk de wereldwijde broeikasgasuitstoot berekenen.

Alle landen melden hun eigen emissies nu via zogenoemde zelfrapportages aan de Verenigde Naties (VN). Het gevaar is dat landen creatief gaan boekhouden. En dat gebeurt nu ook.

De Washington Post vergeleek de rapportages van landen met metingen en schattingen van experts. De verschillen bleken enorm. Tussen de rapportages van landen en de onafhankelijke schattingen zit een gat van zeker een paar miljard ton. Dat is ongeveer gelijk aan de uitstoot van twee miljard auto's.

Het is volgens Van Vuuren belangrijk om uiteindelijk direct te kunnen meten waar de emissies precies vandaan komen. "Niet alleen voor een effectief klimaatbeleid, maar ook om te kunnen controleren of landen daadwerkelijk doen wat ze hebben beloofd."

De winst van satellieten is dat je kunt verifiëren wat landen rapporteren en wat reëel is.

Pepijn Veefkind, wetenschappelijk leider bij het KNMI

Dat meten van uitstootgassen is complex, onderstreept Pepijn Veefkind, wetenschappelijk leider bij het KNMI. Hij houdt zich bezig met satellietprojecten.

"Als het meten simpel zou zijn, dan hadden we het natuurlijk allang gedaan. Technisch gezien is het lastig om CO2 precies te traceren. Het blijft namelijk lang in de atmosfeer hangen, het laat lang sporen na. Dat betekent dat je de bron tot nu toe heel moeilijk kunt herleiden. Het is alsof je een kaarsje probeert te zien, terwijl je tegen het licht in naar een grote lamp kijkt."

Nu al speuren satellieten vanuit de ruimte naar die bronnen van broeikasgassen. Op dit moment zijn alleen de grootste uitstoters te zien, maar het lukt steeds beter om ook in te zoomen.

Over vier jaar moet een nieuwe Europese satelliet de uitstoot van CO2, het belangrijkste broeikasgas, wereldwijd in kaart gaan brengen.

'Niemand dwingen'

Een hele grote stap voorwaarts, zegt Veefkind. "De winst van satellieten is dat je kunt verifiëren wat landen rapporteren en wat reëel is. Er zijn uit het verleden wel voorbeelden waarbij waarneming door satellieten een positieve rol heeft gespeeld, bijvoorbeeld rond de luchtkwaliteit in China. Soms willen bedrijven zelf met behulp van satellieten bevestigen dat ze de uitstoot hebben beperkt. Het werkt dus twee kanten op."

De Verenigde Naties willen de data gebruiken om grote uitstoters aan te spreken, zegt Manfredi Caltagirone van het het VN-milieuprogramma.

"De VN kan niemand dwingen om iets te doen. We hopen dat er samengewerkt kan worden. En dat men zich realiseert dat 45 tot 75 dagen na detectie data openbaar worden. Inclusief hun reactie, en of ze actie ondernemen of niet."

Toch is het nog maar de vraag of de beschikbaarheid van meer data over de herkomst van broeikasgassen ook daadwerkelijk tot minder uitstoot zal leiden, erkent ook de VN.

Caltagirone: "We willen de data aan de juiste mensen doorspelen, zodat ze bij olie- en gasinstallaties de kraan kunnen dichtdraaien. Aan de andere kant willen we laten zien dat de wereld verandert en transparant wordt."

Bekijk hier de aflevering van onze Nieuwsuur-serie #Ophef, over veelgehoorde misvattingen over het klimaat:

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl