Unsplash

Nederland dierproefvrij? Nog lang niet mogelijk, zeggen wetenschappers

  • Yoeri Vugts

    redacteur Nieuwsuur

  • Yvonne Roerdink

    verslaggever

  • Yoeri Vugts

    redacteur Nieuwsuur

  • Yvonne Roerdink

    verslaggever

Minder dierproeven: dat is waar het kabinet al jaren op inzet. Zonder succes, want het aantal dierproeven in Nederland stijgt weer. Een groot deel van de Tweede Kamer verliest het geduld en vindt dat de ontwikkelingen sneller moeten. Onderzoekers temperen de verwachtingen: het einde van dierproeven is de komende tien jaar nog niet realistisch.

Jaarlijks worden in Nederland zo'n 448.000 dierproeven gedaan. Ter vergelijking: tien jaar geleden lag dat aantal nog zo'n kwart hoger. Maar hoewel het aantal dierproeven in Nederland fors is afgenomen, is het de laatste jaren toch gestegen. Het gaat hier dan enkel om dierproeven voor bijvoorbeeld medicijnonderzoek, niet voor het testen van cosmeticaproducten. Dat is sinds 1997 in Nederland en later in de gehele EU verboden.

In 2016 sprak toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam namens het kabinet de ambitie uit dat Nederland in 2025 wereldleider zal zijn in proefdiervrije innovatie. Dat plan lijkt nog niet in zicht: de overheid heeft het doel 'wereldleider' inmiddels ingewisseld voor 'vooroplopen'. Hoewel deskundigen het erover eens zijn dat Nederland samen met enkele andere EU-landen inderdaad voorop loopt, lijken kansrijke initiatieven op te drogen door een tekort aan geld.

Maar een compleet proefdiervrije toekomst? Die is niet binnen handbereik, zeggen wetenschappers. Toch is dat waar een groot deel van de Tweede Kamer op hoopt. "Wat ik vandaag eigenlijk het belangrijkst vind, is de toezegging dat we na 2025 moeten kappen en helemaal over moeten zijn op proefdiervrije innovaties. We zitten echt in het staartje", zei Tweede Kamerlid Dion Graus (PVV) enkele maanden geleden bij een debat over dierproeven. Deskundigen noemen dat volstrekt onhaalbaar.

Tegenstanders van proefdieren vinden dat dieren onnodig lijden. Ze wijzen erop dat dieren niet lijken op de mens en de resultaten van dierproeven niet altijd te vertalen zijn naar de mens, zoals in het geval van voedingstesten op dieren. Ratten hebben geen galblaas, waardoor ze, anders dan de mens, niet braken wanneer ze iets giftigs eten.

Toekomstverwachting

Nieuwsuur benaderde alle vergunninghouders die dierproeven uitvoeren. Iedere instelling die onze vragen beantwoordde, verwacht dat dierproeven over tien jaar nog bestaan. Ze wijzen erop dat de alternatieven nog geen volledige vervanging zijn. Voor bijvoorbeeld het testen van medicijnen zijn nog vaak levende organismen nodig.

Wil je weten of een medicijn in bepaalde lichaamsdelen tot bijwerkingen leidt, dan heb je een volledig lichaam nodig om dat te kunnen onderzoeken.

'Niemand wil in een onderzoek zitten, ook dieren niet'

Geen 70 kilo muis

Die techniek is nog niet genoeg ontwikkeld, zegt Proefdiervrij. "Er zijn goede stappen gezet, maar we zien nog geen acties die de ambitie waar hadden kunnen maken. Dieren zijn geen goede modellen. Een muis is niet hetzelfde als de mens: wij zijn geen 70 kilo muizen. De verschillen zijn heel groot, dus de informatie die we uit dieren halen zegt niets over hoe iets in een mens werkt."

Dat laatste beaamt ook voorzitter Henk Smid van het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Onderzoek wijst volgens hem uit dat resultaten van veel dierproeven niet direct iets zeggen over de werking van een bepaald medicijn bij de mens.

Volgens het adviescomité van Smid is jaarlijks 15 miljoen euro nodig om proefdiervrije initiatieven te versnellen. Maar dat geld is bij lange na niet beschikbaar. "Wij verbazen ons er ook over dat dat niet is toegezegd", zegt voorzitter Henk Smid. "We praten al jaren over de transitie naar proefdiervrij, maar dat hangt af van de middelen die beschikbaar worden gesteld om nieuw wetenschappelijk onderzoek te doen."

Op de vraag of er voldoende geld beschikbaar is om die ambitie te bereiken, geeft het ministerie geen antwoord. Maar het spreekt wel tegen dat de ambitie uit 2016 is afgezwakt. "Er is gezocht naar een passende formulering voor deze belangrijke opgave. Deze is als volgt geformuleerd: 'Nederland als voorloper in de internationale transitie met proefdiervrije innovatie'."

Zo vaak werd er op deze dieren getest in 2018, 2019 en 2020

Diersoort 2018 2019 2020
Muizen 155.524 159.614 148.291
Ratten 91.579 81.603 87.169
Cavia's 11.443 9.108 8.537
Konijnen 13.788 13.298 15.373
Honden 1.016 550 803
Katten 120 171 604
Varkens 10.594 11.558 9.192
Schapen 643 1.367 2.278
Resusapen 160 117 159

Elke muis een dossier

Dat gaat overigens wel lang duren. "In de samenleving wordt soms te snel gedacht dat we vandaag al van alle dierproeven af kunnen. Dat is helaas niet het geval", zegt Henk Smid van het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Maar hij erkent wel dat er meer ruimte moet zijn voor het gebruik van alternatieven. "Er zijn ook wetenschappers die soms te terughoudend zijn om met alternatieven te werken." Volgens stichting Proefdiervrij worden dierproeven in de wetenschap nog te vaak als 'gouden standaard' gezien.

De wet schrijft voor dat wanneer een alternatief beschikbaar is, een dierproef niet mag worden uitgevoerd. Een commissie van deskundigen ziet daarop toe. Ook zijn instellingen verplicht om het welzijn van de dieren te monitoren en het ongemak voor de dieren tot een minimum te beperken.

Zo wordt in de proefdierfaciliteit van het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis de 16.000 aanwezige muizen dagelijks gecontroleerd. Iedere muis heeft zijn eigen dossier, waarin onder meer wordt bijgehouden staat hoe het met ze gaat. Ook wordt op de afdeling dag en nacht muziek afgespeeld, zodat de dieren gewend zijn aan constant geluid en niet schrikken bij, bijvoorbeeld, een openslaande deur.

Toch is dat volgens stichting Proefdiervrij niet genoeg. "Binnen zo'n proef wordt goed voor ze gezorgd, maar het blijft een rotleven vergeleken met het leven in het wild", zegt Saskia Aan, wetenschappelijk adviseur bij Proefdier. En een leven in het wild zit niet in het verschiet voor gepensioneerde proefdieren. "De meesten overleven een proef niet, en als ze het wel overleven worden veel dieren afgemaakt."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl