Nieuwsuur
Nieuwsuur

Veel kunst van Joodse eigenaren is in de oorlog geroofd door Duitsers. Die kunst moet nu terug naar de Joodse gemeenschap, maakt het kabinet vandaag bekend.

"Joden werden gedwongen om hun kunst te verkopen onder vaak verschrikkelijke omstandigheden. De morele opdracht is om daar recht aan te doen. De werken die we niet kunnen teruggeven en waarvan we geen nabestaanden van de rechtmatige eigenaren meer kunnen vinden, die gaan terug in eigendom naar de Joodse gemeenschap", dat zegt D66-minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tegen Nieuwsuur.

Om de veelal Joodse eigenaren of hun erfgenamen op te sporen gaat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alle ruim 3700 kunstwerken opnieuw onderzoeken. Daarna zal de kunst worden beheerd door een Joodse (erfgoed)instelling en uiteindelijk wordt het eigendom van de Joodse gemeenschap. De werken worden onder meer tentoongesteld om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Het Centraal Joods Overleg (CJO) noemt het besluit een doorbraak. Ronny Naftaniel van het CJO: "We zijn daar erg blij mee, want dit is het meest rechtvaardige. Ze zijn van de Joodse gemeenschap gestolen en die hoort het ook terug te krijgen".

We zijn er als overheid te passief in. We willen een actieve overheid die mensen informeert en die zelf ook actief gaat onderzoeken.

Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De Staat beheert de ruim 3700 kunstobjecten die na de oorlog door de geallieerden zijn teruggebracht naar Nederland. Het gaat om schilderijen, tekeningen, meubelen, serviesgoed en tapijten. Het Rijk kreeg de opdracht de eigenaren op te sporen en de kunst weer terug te geven. In veel gevallen is dat niet gelukt.

De kunstwerken zijn samengebracht in de zogeheten Nederlands Kunstbezit-Collectie, die wordt beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De kunst ligt op dit moment deels in het depot van het CollectieCentrum Nederland en wordt deels uitgeleend aan musea.

Schilderijen alleen 'te gast' in het museum

Zo hangt een aantal werken in het Mauritshuis. Het museum geeft met een bordje aan dat het in de oorlog door de Duitsers is geroofd of onder dwang is verkocht: "Het is belangrijk om te laten zien dat zo'n schilderij niet het eigendom is van het museum of de staat en dat we het alleen in beheer hebben. Dat duidelijk wordt dat het schilderijen zijn die hier te gast zijn, maar hier niet permanent verblijven", zegt Edwin Buijsen, hoofd collecties van het Mauritshuis.

Over het teruggeven van de Joodse roofkunst schreef de commissie Kohnstamm vorige jaar een kritisch rapport. De staat zou zelf veel actiever op zoek moet gaan naar de oorspronkelijke eigenaren en hun nabestaanden. Kritiek die minister Van Engelshoven zich heeft aangetrokken: "We zijn er in feite als overheid iets te passief in en wat wij willen is een actieve overheid die mensen informeert en die zelf ook actief gaat onderzoeken".

Uiteindelijk zullen er voorwerpen overblijven waarvan de eigenaar en de nabestaanden niet meer zijn te vinden. Het Centraal Joods Overleg schat dat van vele honderden, mogelijk zelfs duizend voorwerpen de eigenaar niet meer zal zijn op te sporen. Om alle beschikbare informatie over Joodse roofkunst toegankelijker te maken, is er vandaag een nieuwe website gelanceerd: wo2.collectienederland.nl.

STER reclame