Nieuwsuur
AFP

Nu er verschillende vaccins op komst zijn, willen overheden er zo snel mogelijk zo veel mogelijk krijgen. En dat is moeilijk, want dat wil iedereen. Overheden doen hun uiterste best, maar kunnen daarin worden beperkt door strenge wetgeving rondom eigendomsrechten.

Welke opties geeft de octrooiwetgeving landen om voldoende spullen veilig te stellen? We vragen het aan twee deskundigen.

Al in maart was er discussie over het 'recept' van fabrikant Roche voor een schaars onderdeel van de coronatest. De Tweede Kamer vond dat de fabrikant gedwongen moest worden om dat te delen zodat het in Nederland geproduceerd kon worden. Bij 'groot maatschappelijk belang' kan de overheid daarvoor een dwanglicentie gebruiken. En vorige week klonk er nog kritiek op fabrikant Pfizer, die het patent van zijn coronavaccin niet vrij wil geven.

Zo werkt het patent op een vaccin:

De dwanglicentie voor het Roche-product kwam er nooit. Dat kwam ook omdat er helemaal geen patent op lag, het bleek om een bedrijfsgeheim te gaan. "Maar er is door de Nederlandse overheid überhaupt nog nooit een dwanglicentie afgegeven", zegt hoogleraar intellectueel recht Anselm Kamperman Sanders. "Er zijn wel voorbeelden bekend dat ermee gedreigd is. Soms heeft dat effect en soms niet."

Wel de kennis, niet de capaciteit

Nederland heeft wel veel kennis, maar geen grootschalige productiemogelijkheden als het gaat om de farmaceutische industrie of medische technologie. "Dan kun je wel dreigen met een dwanglicentie om zelf spullen te willen maken, maar als je weinig producenten hebt, dan houdt het snel op. Het is vaak ook niet opportuun om met dwanglicenties te dreigen als je de partijen in andere situaties weer nodig hebt."

Mocht de productiemogelijkheid er wel zijn, dan kleven er nog meer nadelen aan dwanglicenties. Bij zo'n dwanglicentie krijg je namelijk geen gebruiksaanwijzing voor het maken van het product. "Die hoeft de patenthouder er niet bij te leveren. Dus dan heb je bepaalde kennis nodig, en vaak heb je die niet. Vooral bij complexe medicijnen speelt dat een rol."

Kamperman Sanders denkt daarom dat overheden altijd eerst naar andere commerciële partijen zullen kijken om producten te maken voordat ze met een dwanglicentie zwaaien. "Als er een barrière van een patent is zal men eerst met de patenthouder gaan praten over toestemming om het te laten maken door andere bedrijven. En dan worden dus eerst andere commerciële spelers gevraagd om te produceren. Normaal gesproken krijgt de patenthouder dan een vergoeding."

Patent-pool

Een oplossing voor een product met patent en een dwanglicentie die dat patent openbreekt, bedacht Ellen 't Hoen in de jaren 90. Ze is jurist en deskundige intellectueel eigendom. Zij stond samen met anderen aan de wieg van de patentpool.

"In zo'n pool deelt een patenthouder zijn patent met een aantal andere fabrikanten die vervolgens het medicijn ook mogen maken tegen betaling van een kleine vergoeding. Zo is de originele producent niet zijn patent kwijt, maar komt het medicijn wel goedkoper beschikbaar voor lagelonenlanden." Veel derdewereldlanden hebben op deze manier geprofiteerd van de ontwikkeling van onder meer aidsmedicatie.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft nu ook voor het coronavirus zo'n patentenpool opgericht. "Daar vallen medicijnen, vaccins maar ook testmaterialen onder", vertelt 't Hoen.

Hoewel allerlei landen het initiatief toejuichen, heeft nog geen enkele producent zich gemeld om een gepatenteerd product in de pool te stoppen. "De WHO kan licentiehouders niet dwingen om hun producten aan te melden."

Toch blijft de juriste optimistisch. "Toen we begonnen met de patentenpool voor medicijnen zeiden mensen ook dat het niet zou lukken. Maar uiteindelijk werkt het heel goed."

Meer samenwerking nodig

Zowel 't Hoen als Kamperman Sanders denken dat betere samenwerking tussen Europese landen kan helpen. "In feite hebben we de zorg zo efficiënt georganiseerd dat we nauwelijks vet op de botten hebben om te produceren", zegt Kamperman Sanders.

"Het ligt meer voor de hand dat je op Europees niveau gaat kijken hoe je omgaat met farmaceuten of producenten die onwelwillend staan tegenover levering van spullen." Maar zover is het volgens hem nog niet. "Er wordt nog maar bar weinig kennis gedeeld tussen de landen. Elk land staat er in feite alleen voor."

STER reclame