Nieuwsuur
Nieuwsuur

Groene waterstof is internationaal gezien één van de belangrijkste instrumenten om afscheid te nemen van fossiele brandstof. Het moet auto's schoon laten rijden, het aardgas in huis vervangen en fabrieken CO2-vrij laten draaien. Maar de plannen voor groene waterstof, die ook zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord, zijn niet realistisch, zeggen deskundigen.

Voor groene waterstof is veel meer groene elektriciteit nodig dan er nu is. Namelijk zo'n 6 gigawatt aan wind op zee. "Dat is een kwart van de totale elektriciteitsvraag in Nederland", zegt hoogleraar Regulering energiemarkten Machiel Mulder.

Op dit moment staat er slechts 1 gigawatt aan windenergie in de Noordzee. Dat moet in 2030 in totaal 11 gigawatt zijn. Met de huidige waterstofplannen is meer dan de helft nodig van de windenergie die nog gerealiseerd moet worden.

Met deze plannen zal er de komende jaren verdringing ontstaan, waarschuwt hoogleraar Mulder. De vraag naar groene elektriciteit groeit snel. Voor datacentra, elektrische auto's en warmtepompen. "Je wil dat daar groene stroom voor wordt opgewekt, en niet de oude fossiele stroom", aldus Mulder.

Voor de industrie heeft groene waterstof prioriteit. De industrie en havens zien dat als onmisbaar onderdeel van hun verduurzaming, schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken) in zijn kabinetsvisie op waterstof. En dat betekent ook meer vraag naar groene elektriciteit.

Uit navraag van Nieuwsuur blijkt dat het ministerie van Economische Zaken niet weet hoeveel groene stroom er in 2030 daadwerkelijk nodig is. Dat is niet uitgezocht. "In 2021 zal het kabinet kijken of er meer duurzame elektriciteit nodig is op basis van de verwachte aanvullende elektriciteitsvraag", stelt het ministerie in een reactie.

Grijze stroom

Onrealistisch, noemt ook hoogleraar toegepaste natuurkunde Richard van de Sanden (TU/e) verbonden aan energie-onderzoeksinstituten Differ en EIRES de plannen. "De kans dat we straks grijze stroom nodig hebben, is heel groot. Dan gaan er gegarandeerd gasgestookte elektriciteitscentrales aan te pas komen en dan is die waterstof niet groen maar grijs."

Als er ook nog subsidie naar groen-waterstof-projecten gaat, treedt er mogelijk nog een averechts effect op, zegt Mulder. "Degenen die ervan profiteren zijn vooral de subsidie-ontvangers, terwijl het milieueffect heel gering is: de maatschappij maakt veel kosten, zonder voldoende CO2-reductie."

Draagvlak

Minister Wiebes erkende eerder nog dat groene waterstofprojecten niet in aanmerking kunnen komen voor subsidie. "Op dit moment is waterstof vooral nog fossiel", zei de minister vorig jaar.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) was het met de minister eens, en gaf een negatief subsidie-advies. Maar bedrijven als Shell, Tata Steel en de Rotterdamse haven schreven daarop in een brandbrief dat zonder subsidie 'de benodigde opschaling vele jaren wordt vertraagd'.

Na een nieuw advies van het PBL, met een nieuwe berekening voor groene waterstoffabrieken, stelde het ministerie begin dit jaar de subsidieregeling SDE++ toch open. Alleen de elektrolysers (die duurzame stroom omzetten in groene waterstof) die een beperkt aantal uren draaien, namelijk 2000 uren, komen in aanmerking. Het ministerie hoopt daarmee alleen de tijd te subsidiëren waarin elektrolysers groene stroom gebruiken.

Onverstandig, vindt Van de Sanden, die ook vreest dat de waterstofplannen het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie ondermijnen. "Er zijn miljoenen euro's privaat en publiek geld nodig, terwijl die installaties misschien tot in lengte van jaren meer CO2 produceren dan we zouden willen."

STER reclame