Nieuwsuur
Nieuwsuur

Ruim 5000 Nederlanders hebben tijdens de coronacrisis gezocht naar prehistorische grafheuvels en akkers op de Utrechtse Heuvelrug. Gewoon vanachter hun computer via zeer gedetailleerde hoogtekaarten van het gebied. Binnen een maand tijd zijn meer dan 300.000 kaarten bestudeerd, vertelt archeoloog Quentin Bourgeois van de Universiteit Leiden. "De aantallen vrijwilligers en de snelheid waarmee alles is bekeken, overtrof onze stoutste verwachtingen."

De zoektocht leverde ook nieuwe inzichten op. Naast dat er honderden nieuwe grafheuvels zijn gezien op de kaarten, blijkt de Utrechtse Heuvelrug in de IJzertijd, van zo'n 800 voor Christus tot aan het begin van onze jaartelling, bezaaid te zijn geweest met akkercomplexen. "Het gaat om ettelijke vierkante kilometers aan nieuw ontdekte akkergebieden. De Utrechtse Heuvelrug moet wel dichtbevolkt zijn geweest, veel dichter dan we ooit dachten."

We gingen een dag op pad met drie vrijwilligers en een archeoloog en vonden een grafheuvel op de Utrechtse Heuvelrug:

'Wij worden opgewonden van een houtskooltje van een milimeter bij een milimeter'

Het vaak nog bestaande beeld over de IJzertijd is dat van een enkele boerderij hier en daar met een keuterboertje en zijn familie die een geïsoleerd bestaan leidden. "Dit moet echt worden bijgesteld", zegt Bourgeois. "Op een akkercomplex woonden al snel zo'n vijfhonderd à duizend mensen, in tientallen boerderijen. En om de paar honderd meter kom je een nieuw akkercomplex tegen."

In feite zien we de resten van complete dorpen op de kaarten liggen, geeft hij aan. "Dorpen die toevallig bewaard zijn gebleven in de bossen en op de heide, want elders zijn ze weggeploegd of overdekt met moderne gebouwen."

De archeoloog gelooft dat de relatieve dichtbevolktheid voor het hele land gold. Eerder zag hij bij een project op de Veluwe al eenzelfde beeld, daar werden ook veel meer grafheuvels en akkers ontdekt dan verwacht. "Er moeten in de IJzertijd echt honderdduizenden mensen in Nederland hebben geleefd, zo is mijn inschatting."

Een getrainde archeoloog zou jaren zoet zijn geweest om alle kaarten te bestuderen.

Quentin Bourgeois, archeoloog Universiteit Leiden

Zonder de grote groep vrijwilligers, die zich had aangemeld bij het project Erfgoed Gezocht van de Universiteit Leiden en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, had Bourgeois naar eigen zeggen niet zo snel tot die bijzondere resultaten kunnen komen. "Een getrainde archeoloog zou jaren zoet zijn geweest om alle kaarten te bestuderen en daarna waarschijnlijk met een burn-out thuiszitten." Maar met een leger van 5000 man dat zich vanaf de eettafel of zolderkamer op de kaarten stortte, was het in een maand tijd gepiept.

De vrijwilligers kregen begin april online uitleg waar ze op moesten letten. Grafheuvels ogen als kleine puistjes op de kaart. Akkercomplexen herken je aan een raatachtige structuur.

Vrijwilligers kunnen op de kaart potentiële grafheuvels markeren Nieuwsuur

Kunstenaar Meinbert Gozewijn van Soest stuitte per toeval op het project dat een plezierige afleiding bleek tijdens de lockdown. "Door corona had ik even geen klussen meer. Op mijn computer hield ik aanvankelijk steeds het nieuws over de pandemie bij, maar naar grafheuvels en akkercomplexen zoeken bleek veel meer ontspannen."

Ook voor gepensioneerd technicus Reinout Hensbroek kwam het archeologieproject als geroepen. "Thuis blijven is best saai als je normale hobby's wegvallen. Maar het speuren op de kaarten werd mijn nieuwe thuishobby."

De vrijwilligers kregen niet te horen welk gebied ze precies zagen op de kaart. "Dat is begrijpelijk, ze willen natuurlijk niet dat mensen zelf gaan wroeten", zegt Hensbroek. Maar het maakte hem wel nieuwsgierig. "Als ik nu in het bos ga wandelen, kijk ik toch of ik iets zie en herken."

Technische revolutie

Erfgoed Gezocht maakt gebruik van kaarten uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. Dat zijn kaarten, gemaakt vanuit een vliegtuigje met een LiDar-scanner, die zeer nauwkeurig hoogteverschillen op de bodem weergeven. Deze kaarten worden standaard gebruikt bij de bewaking van dijken, waterbeheer en in de bouw, maar blijken ook een schat van informatie te bevatten voor archeologen.

Met het blote oog zijn kleine verhogingen van een paar centimeter, die op een akkercomplex uit de IJzertijd kunnen duiden, niet waar te nemen door begroeiing. Maar op de kaarten gemaakt met een LiDar-scanner, kan de vegetatie worden weggefilterd en blijft een kale bodem over waarop hoogteverschillen duidelijk vast te stellen zijn.

LiDAR biedt ongekende mogelijkheden voor de archeologie, zegt Bourgeois. "We zitten echt midden in een technische revolutie. Archeologie is allang niet meer alleen heel voorzichtig met een schepje en kwastje opgravingen doen. Het is ook slim gebruik maken van big data, zoals in dit project."

STER reclame