Nieuwsuur
HH / Erik van 't Woud

Vorig jaar overleden 1288 baby's in ons land tijdens de zwangerschap of vlak na de geboorte. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Perined, de organisatie die de registratie bijhoudt. Experts zijn teleurgesteld over dit resultaat. Ze denken dat nog zeker tweehonderd baby's per jaar met betere zorg te redden zijn, zeggen ze tegen Nieuwsuur.

"Als je naar de kwaliteit van de Nederlandse zorg kijkt, staan we altijd in de top drie. Voor de geboortezorg staan we dat niet. Dat vind ik niet acceptabel", zegt Jan van Lith, voorzitter van gynaecologenvereniging NVOG. "Ik denk dat die kleine 1300 echt nog een stuk naar beneden kan, met twee- à driehonderd."

Nederland staat op plek tien van de 28 Europese landen die hun babysterfte goed documenteren en moet landen als bijvoorbeeld IJsland, Cyprus, Tjechië, Finland en Slovenië voor laten gaan. Onder de gestorven baby's uit 2018 zitten veel baby's die te vroeg zijn geboren. Maar opvallend genoeg stierven ook 267 voldragen baby's.

Kristel en Robert verloren twee jaar geleden hun zoontje. De bevalling begon met 37 weken met het breken van de vliezen, maar de weeën lieten op zich wachten. Uiteindelijk bleek het hartje van de baby niet meer te kloppen.

'Ik had willen weten dat je niet altijd met een levende baby naar huis gaat'

Voldragen baby's zijn baby's geboren na 37 weken zwangerschap en later, die eigenlijk niet meer mogen overlijden, vindt Jan Nijhuis, emeritus hoogleraar gynaecologie. "Je kunt het niet helemaal voorkomen. Maar bij die 267 gevallen, één baby per werkdag zou je kunnen zeggen of een klein vliegtuig vol baby's, doen we het niet goed genoeg. We letten niet goed genoeg op de groei. Denken dat de natuur het wel vanzelf doet en die natuur is niet altijd je vriend."

Naast de sterfgevallen belandden vorig jaar ook ruim tweeduizend voldragen baby's op de speciale intensive care. Zij liepen tijdelijk of permanente schade op.

Tien jaar geleden stond Nederland qua perinatale sterfte nog op plek 16. Er verscheen een alarmerend rapport met duidelijke aanbevelingen hoe de geboortezorg in ons land beter moest. Zo moest de samenwerking tussen gynaecologen en verloskundigen stukken beter. Dat is gelukt, zeggen betrokkenen tegen Nieuwsuur.

'Zorg concentreren'

Maar van een andere aanbeveling is veel minder terecht gekomen. Zo vonden alle beroepsgroepen destijds dat de acute zorg op ieder moment van de dag aanwezig moest zijn. Bijvoorbeeld als het mis dreigt te gaan en een vrouw een spoedkeizersnede moet ondergaan. "Een behandeling moest binnen 15 minuten worden gestart", adviseerden de gynaecologen, verloskundigen, kinderartsen en ziekenhuizen destijds. Maar het ministerie van Volksgezondheid (VWS) nam dit niet over. De oude norm van 30 minuten bleef gelden.

Koos van der Velden, emeritus hoogleraar Public Health en opsteller van het rapport aan VWS, vindt dat dit eigenlijk niet kan. "Deze principes zijn afgesproken en later enigszins afgezwakt door de minister. Dus er is nu niet een dwingende situatie voor de ziekenhuizen om dat voor elkaar te brengen."

Vooral in de kleinere ziekenhuizen is 's nachts niet standaard een arts in huis. In de grotere en academische centra wel. Dat laatste is waar we heen moeten om de zorg te verbeteren en sterfte terug te dringen, denkt Jan Nijhuis. "In 2018 waren er nog 82 klinieken waar je kon bevallen. Ik denk dat daar nog zeker 20 tot 30 procent vanaf moet. We zullen de ziekenhuiszorg moeten concentreren om een volume te krijgen waarbij je 24/7 het team aan het werk houdt."

'Babysterfte nog altijd te hoog in Nederland'

STER reclame