75 jaar na het zigeunertransport: 'Het was het laatste wat ik van mijn familie zag'

time icon
Nieuwsuur
Geschreven door
Daniël Heeringa
redacteur

Weinig herinnert nog aan het oude station, zegt Zoni Weisz (82) als hij het perron van Assen op loopt. Het is de plek waar hij ook op vrijdag 19 mei 1944 stond. Die dag vertrekt het zogenoemde zigeunertransport van kamp Westerbork naar Auschwitz. Aan boord: de ouders, de zusjes en het broertje van Zoni en 240 andere Sinti en Roma die een paar dagen eerder zijn gearresteerd tijdens razzia's.

De dan zevenjarige Zoni logeert bij zijn tante als ook hij wordt opgepakt en door politiemensen naar station Assen wordt gebracht. Wanneer de trein naar Auschwitz het station binnen komt rollen, ziet Zoni onmiddellijk waar zijn familie zit. "Mijn vader of moeder had het blauwe jasje van mijn zusje voor de tralies van die beestenwagen gehangen. Ik zag mijn moeder, ze was al kaalgeschoren. Op dat moment zei een politieagent: 'Als ik mijn pet afneem, moeten jullie rennen voor je leven.'"

Aan de andere kant van het perron stopt een personentrein. "Toen we in die personentrein sprongen, begon de trein naar Auschwitz te rijden. Mijn vader schreeuwde uit de trein: 'Musla - zo heette mijn tante - pas goed op mijn jongen.' Dat is het laatste wat ik van mijn familie zag."

75 jaar geleden

Van de bijna 250 Sinti en Roma op het transport overleven dertig de concentratiekampen. Zoni Weisz ziet zijn familie nooit meer terug. Herinneringscentrum kamp Westerbork herdenkt zondag dat het zogenoemde zigeunertransport 75 jaar geleden vertrok.

Voor veel mensen is de vervolging van Sinti en Roma, die door de nazi's als een minderwaardig ras werden beschouwd, een relatief onbekend verhaal. Zoni Weisz schreef er een boek over, dat onlangs in een Duitse vertaling verscheen: De Vergeten Holocaust. "Ik bedoel eigenlijk letterlijk: de vergeten Holocaust. Zo weinig mensen weten dat in de Tweede Wereldoorlog meer dan een half miljoen Sinti en Roma in Europa vermoord zijn. Het zit in onze cultuur dat je over deze zaken niet over buitenstaanders spreekt."

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Mijn vader schreeuwde uit de trein: zorg goed voor mijn jongen!'

Zwijgcultuur

Sinti en Roma praten dus liever niet over wat er in de oorlog is gebeurd. Zoni Weisz is een uitzondering. Hij hield zelfs al toespraken in de algemene vergadering van de Verenigde Naties en de Duitse Bondsdag.

Ook Beike Steinbach probeert de stilte rond de Sinti- en Romavervolging te doorbreken. Sinds een paar jaar reist ze met een eigen tentoonstelling door het land. Van Rotterdam tot Amsterdam en van Den Haag tot Beek (Limburg), waar de tentoonstelling tot en met 27 mei te zien is. "Heel weinig mensen weten erover. Ik werd daardoor geïrriteerd. Ze wisten wel alles over de Joodse gemeenschap, maar over de Sinti wisten ze niks."

Meer van dit soort achtergrondverhalen? Abonneer je hier op de wekelijkse nieuwsbrief van Nieuwsuur.

Steinbach is een paar jaar na de oorlog geboren. Haar moeder overleefde drie concentratiekampen. En ook haar vader kwam getraumatiseerd terug uit de kampen. "Mijn moeder had een nummer van een concentratiekamp in haar arm en dat zag ik elke dag. Maar ik heb nooit gevraagd waarvoor dat was. Dat vroeg je niet."

Settela

Niet alleen het praten over de overledenen, ook het laten zien van foto's is voor veel Sinti en Roma en een taboe. Maar uitgerekend een Sinti-meisje werd een van de bekendste gezichten van de holocaust. Settela Steinbach was negen jaar oud toen ze werd gefilmd bij het vertrek van het Zigeunertransport. Ze was een nichtje van Beike.

De familie Steinbach heeft nog steeds moeite met het feit dat het beeld van Settela, die twee maanden na het transport overleed in Auschwitz, overal te zien is. Beike Steinbach: "Wij praten niet over de overledenen. Om ze met rust te laten. Want als je iedere dag maar over overleden mensen praat, dan hebben die mensen geen rust. Laat ze met rust. En met dit meisje is dat gewoon niet gebeurd."

Toch wordt de gemeenschap langzaam maar zeker opener als het gaat om de Tweede Wereldoorlog. Mede daardoor is mogelijk dat voormalig kamp Westerbork nu, na 75 jaar, voor het eerst met een grote tentoonstelling komt over de Sinti en Roma.

Ingewikkelde tentoonstelling

Het was een ingewikkelde tentoonstelling om te maken, zegt Bas Kortholt van Westerbork. "Over elke afbeelding en elk voorwerp hebben we contact met de gemeenschap gehad. We wilden graag een tentoonstelling maken mét Sinti en Roma in plaats van óver Sinti en Roma."

De tentoonstelling vertelt het verhaal van de Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar laat de bezoeker ook kennis maken met hun rijke cultuur, vertelt Kortholt. "Het kan nu, een grote tentoonstelling over Sinti en Roma in kamp Westerbork. 25 jaar geleden was dat ontzettend lastig geweest. Toen was die cultuur nog veel geslotener. Nu zie je steeds meer mensen naar voren komen."

Ook het verhaal van Zoni Weisz krijgt een plaats in de expositie. Onlangs zijn een paar borden teruggevonden die waarschijnlijk van zijn ouders waren. "Niets van mijn familie was na de oorlog over. Dit zou dan het enige tastbare zijn wat ik van mijn familie heb. Dat is heel emotioneel."

De tentoonstelling Opgejaagd. Vervolging van Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog is van 19 mei tot en met 22 september te zien in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De NOS besteedt 19 mei aandacht aan de herdenking van het Zigeunertransport.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Mijn vader schreeuwde uit de trein: zorg goed voor mijn jongen!'
Nieuwsuur

Nieuwsuur is een programma van

STER Reclame