Nieuwsuur Buitenland Cultuur & Media

Legendarische oorlogsverslaggever Marie Colvin begon waar anderen stopten

EPA

Ze ontdekt een massagraf, interviewt rebellenleiders en dictators zoals Kadhafi en verliest het zicht aan een oog tijdens een granaataanval in Sri Lanka. Het zwarte ooglapje dat ze daarna draagt, wordt haar handelsmerk. In 2012 komt ze op 56-jarige leeftijd om tijdens de burgeroorlog in Homs, Syrië.

Marie Colvin was een van de bekendste oorlogsverslaggevers van deze tijd. Een legende. Over haar leven is nu de speelfilm A private war gemaakt.

Verhalen van onschuldigen en kwetsbaren

"God, I miss Marie!" Dat is de reactie van Paul Conroy als hij de speelfilm A private war voor het eerst ziet. Conroy en Colvin werkten jarenlang samen in oorlogsgebieden, hij als fotograaf en zij als journalist voor de Sunday Times, de BBC en CNN. Samen reisden ze de wereld over om verhalen te vertellen van onschuldige en kwetsbare burgers die vaak de prijs betalen in een oorlog.

"Marie was een grote bundel energie en onvermoeibaar", vertelt Conroy. "Ik heb in de loop der jaren met veel journalisten gewerkt die al lang waren gestopt op het punt waar het voor Marie nog maar net begon. Haar werkwijze werd vaak beschreven als het pellen van een ui, schil voor schil kwam ze dichterbij de waarheid. Ze was een jager."

De manier waarop de frêle actrice Rosamund Pike (bekend van James Bond) de stoere Marie Colvin neerzet raakt hem: "Poe, de haren in mijn nek stonden meteen overeind. Het was niet alleen het haar en de make-up, maar ook de hese stem, hoe ze haar sigaret aanstak en haar pen vasthield."

'Maar het begint nu toch pas?'

In 1999 blijft Colvin als een van de weinigen achter op de compound van de VN in Oost-Timor, samen met twee andere Nederlandse journalisten. Een van hen is Minka Nijhuis, die zelf ook veel verslag doet in conflictgebieden. "Mijn eerste ontmoeting met Marie was in 1999 in Noord-Albanië, tijdens de vluchtelingencrisis. Ze kwam een restaurant binnen struinen met haar doorrookte Amerikaanse stem. Ik had geen idee wie zij was, maar uit de reactie van mijn haast vloekende collega's begreep ik wel dat er iemand van naam en faam gearriveerd was, met wie je rekening moest houden. Toen ben ik haar enkele maanden later in Oost-Timor tegengekomen."

Als na een referendum, georganiseerd door de VN, de overgrote meerderheid van de Oost-Timorezen kiest voor onafhankelijkheid bedreigt het Indonesische leger de burgers met de dood. Terwijl bijna alle media met de laatste evacuatie vertrekken komt Colvin juist aan.

"Ze stond er opeens in een vrij net bloesje en een scherfvest en vroeg waar alle journalisten waren", herinnert Nijhuis zich. "Toen ze hoorde dat bijna iedereen was vertrokken zei de verbaasd: 'Maar het begint toch nu pas?' De druk op ons om te vertrekken door de medewerkers van de VN was best groot en redacties in Nederland maakten zich terecht zorgen. Maar wij besloten toen om te blijven."

Dankzij de satelliettelefoon van Colvin kunnen de drie journalisten zorgen dat de belaagde compound in het nieuws blijft. Nijhuis: "Maries menselijke kant was niet alleen haar collegialiteit, ze liet ook allerlei doodsbange Timorezen de satelliettelefoon gebruiken om hun families te bellen. Ze vond dat je mensen die bescherming beloofd was door de VN niet in de steek kon laten. Dat was haar drijfveer."

PTSS

Wie zoveel gruwelen in oorlogsgebieden van dichtbij meemaakt neemt de indrukken onvermijdelijk mee naar huis. In de film is te zien hoe Marie Colvin last heeft van nachtmerries, teveel drinkt en uiteindelijk wordt behandeld voor PTSS (posttraumatisch stresssyndroom). Paul Conroy: "Ze was niet verslaafd aan de oorlogsverslaggeving maar aan 'het verschil maken'. Er wordt wel gezegd dat zij geen angst kende maar dat is niet waar. Maries manier om ermee om te gaan was om over de angst heen stappen."

Voordat Conroy fotograaf werd had hij zes jaar in het leger gezeten, bij de artillerie. Door zijn ervaring als militair kon hij meerdere keren het leven van Marie en hem redden. Conroy: "Ik herkende de patronen van de beschietingen en kon zo de positie van de troepen herleiden. We hebben zo vaak onder vuur gelegen."

Foute boel

In februari 2012 zullen Conroy en Colvin hun laatste gezamenlijke verslag maken in de wijk Baba Amra in Homs. Door Syrische activisten en rebellen worden ze naar het zwaar belegerde Homs gesmokkeld. Ze kruipen door een kilometerslange tunnel waar te weinig zuurstof is, wetend dat ze hun leven riskeren. "Toen we aankwamen was het alsof we in de Middeleeuwen belandden, deze mensen, vooral weduwen en kinderen, leefden hier onder erbarmelijke omstandigheden."

"De beschietingen gingen dag en nacht door, gerichte beschietingen door het Syrische leger op onschuldige burgers. Het was een slachting."

Als Conroy een techniek herkent die bracketing heet, weet hij dat het foute boel is. Met deze tactiek worden middels systematische raketinslagen de coördinaten van een doelwit berekend. De laatste inslag wordt hen fataal.

Wereldnieuws

Op 22 februari is het overlijden van Marie Colvin wereldnieuws. Ook een andere een andere journalist en een fotograaf komen om. Paul Conroy raakt zwaargewond aan zijn benen en kan met met hulp van Syrische rebellen te ontsnappen. "Het Syrische regime heeft bewust geprobeerd ons te doden zodat we dit verhaal niet konden delen met de wereld. Maar dat hebben we dus wel gedaan! Het is een verhaal dat verteld moet blijven worden."

"Marie was een grote bundel energie en onvermoeibaar"

STER reclame