VRT

"De kinderen praten niet echt over de bombardementen die ze hebben meegemaakt. Maar als ze vliegtuigen horen, willen ze meteen naar binnen", zegt Bouchra. Ze zit in een Koerdisch gevangenenkamp in Syrië, waar minstens vijftien kinderen van Belgische ouders leven.

"Het doet echt pijn om mijn kinderen zo bang te zien", zegt Tatiana. Op de vraag wat voor toekomst zij voor haar kinderen zou willen, huilt ze: "Gewoon een normaal leven. Met school en spelen, Dat ze deze ellende kunnen vergeten, omdat ze nog zo klein zijn."

Ze heeft spijt. "Ik zal mezelf nooit vergeven dat ik dit mijn kinderen heb aangedaan. Ze kunnen nu niet naar school, ze kunnen niet spelen en ze hebben geen vrijheid. Ik heb ze alles afgepakt."

'Als we IS-kinderen nu weghalen, maken ze nog kans op een normale jeugd'

De twee moeders zouden het zelfs acceptabel vinden als hun kinderen van hun gescheiden zouden worden. Als dat betekent dat de kinderen terug zouden kunnen naar Europa. Bouchra: "Ik zou mijn kinderen zó meegeven met jullie. Zij verdienen het echt niet om in deze situatie te leven. We boeten nu sowieso al voor de fouten die we hebben gemaakt."

'Geen bedreiging'

In het gevangenenkamp in Syrië wordt het gedrag en de ontwikkeling van de kinderen bestudeerd door een team psychologen van de stichting Child Focus, om te kijken of ze zich bij een terugkeer naar België kunnen aanpassen. Want veel van hen hebben traumatische ervaringen.

Volgens de psychologen vormen de kinderen geen bedreiging en is het dringend tijd voor actie. "Als we ze nu weghalen, is er nog een kans dat deze kinderen een normale jeugd kunnen hebben en kunnen integreren in de maatschappij", zegt directeur van de stichting Heidi De Pauw. "We hopen dat de overheid gaat inzien dat dit gewoon kinderen zijn en dat zij absoluut geen gevaar voor de maatschappij betekenen."

Hoogleraar klinische psychologie Gerrit Loots is ook aanwezig. Hij beaamt wat De Pauw zegt. "Ik wil iedereen geruststellen: dit zijn kinderen die je in elke kleuterklas kan zetten. Daar moet je niet bang voor zijn, absoluut niet."

Twee kinderen zijn er slecht aan toe, artsen maken zich zorgen.

Gerrit Loots, hoogleraar klinische psychologie

In het kamp in Syrië wonen zes kinderen van Belgische IS-strijders. De jongste drie zijn jonger dan vier jaar, de anderen zijn tussen de vier en zes jaar. "Ze hebben wel een taalachterstand, zeker in het Nederlands. Hun moeders zijn gevlucht uit IS-gebieden en hebben in gevangenissen gezeten."

Gezondheid is in de kampen niet vanzelfsprekend. "Enkele kinderen zijn ondervoed door chronische diarree. Twee kinderen zijn er slecht aan toe, artsen maken zich zorgen. Eén baby is gestorven en begraven op het kamp. Eén van de moeders weegt 44 kilo en eet zo min mogelijk, zodat haar dochter te eten heeft."

Het is volgens Loots hard nodig dat de psychologen er zijn. "We hebben dit initiatief genomen omdat we niet akkoord konden gaan met het feit dat de Belgische regering weigert om deze kinderen terug te halen."

STER reclame