Nieuwsuur

Inspectie: klassen op entreeschool zijn te divers en nazorg moet beter

Nieuwsuur
Geschreven door
Yvonne Roerdink
verslaggever

Er is steeds meer animo voor de entreeschool, de laagste beroepsopleiding van Nederland. Er komen leerlingen op af die eerder een uitkering aanvroegen of aan de slag gingen bij bijvoorbeeld een sociale werkplaats, maar nu toch een diploma willen halen. Dat is goed nieuws, maar de samenstelling van de klassen wordt wel steeds gecompliceerder en diverser.

En dat heeft volgens de Onderwijsinspectie gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs. "Het gaat om grote verschillen in taal en leeftijd, maar ook op het gebied van leercapaciteit en zorgvraag is er veel diversiteit", zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. "Dat vraagt wel heel veel van docenten."

Op de entreeschool zitten jaarlijks zo'n 13.000 leerlingen. Het gaat om schoolverlaters, jeugdzorgkinderen, vluchtelingen en kinderen met een laag IQ. "We zien dat docenten er vol passie voor gaan, maar je moet wel realistisch zijn. Wij vinden dat er kritisch gekeken moet worden of er voor sommige leerlingen ook andere routes mogelijk zijn."

Jongeren op een entreeschool zijn vaak vroegtijdig uitgevallen op de middelbare school. Ook op de entreeschool zie je gebeuren dat leerlingen alsnog afhaken. Vaak zijn het de omstandigheden waardoor het even niet lukt, zoals een gewelddadige thuissituatie, schulden, verslaving, zwangerschap of (psychische) ziektes.

Maar blijven ze op de entreeschool, dan krijgen ze in een jaar tijd vakken als rekenen en taal, en leren ze sociale vaardigheden, zoals op tijd komen, afspraken nakomen, en communiceren met collega's. Daarna verschuift de aandacht naar het vakgebied wat de leerling heeft gekozen, zoals de zorg, de bouw, horeca of fietstechniek.

Martine van Tilburg, directeur van de entreeschool, vindt de diversiteit in de klassen juist een positief punt. "Deze leerlingen hebben het nodig om van elkaar en met elkaar te kunnen leren. De een is beter in taal, de ander in rekenen, daar kunnen ze elkaar bij helpen. En dat is ook weer goed voor hun zelfvertrouwen."

Het gaat volgens haar ook niet ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. "Dat zie ik niet terug in de resultaten. Je ziet juist dat leerlingen willen doorstromen naar een hoger niveau, omdat anderen dat ook doen. Dan denken ze: hé diegene zit hier ook en kan ook verder. Dat geeft vertrouwen."

Weinig kansen op de arbeidsmarkt

Wel ziet ze, net als de Onderwijsinspectie, dat een substantieel aantal leerlingen na het behalen van een diploma geen werk vindt. "Hun kansen op de arbeidsmarkt zijn erg laag. Het gaat om de laagste beroepsopleiding, mbo niveau 1. Werk dat hierbij past is allemaal naar het buitenland verdwenen."

De entreeschool probeert samen met gemeenten en het UVW te voorkomen dat de jongeren thuis op de bank komen te zitten. Ze roept bedrijven op om dit soort leerlingen een kans te geven. "We hebben ondernemers nodig die hen onder de arm nemen. Die ze vanuit hun sociale hart willen aannemen."

Zo'n 2000 leerlingen verdwijnen helemaal uit beeld. Die hebben geen baan, maar ook geen uitkering.

Monique Vogelzang, inspecteur-generaal

Op dit moment haalt 70 procent van de leerlingen een diploma en stroomt 50 procent door naar mbo niveau 2. "Maar een groot deel vindt geen baan, terwijl dat wel zou moeten", zegt inspecteur Vogelzang. Een ander probleem is dat een groep leerlingen na het behalen van het diploma helemaal buiten beeld verdwijnt.

"Het gaat om zo'n 2000 leerlingen die we helemaal niet meer terug zien. Ze hebben geen baan, maar ook geen uitkering." Ze vindt dat leerlingen daarom ook na de entreeschool gevolgd moeten worden. "Om te zien of ze succes hebben en waar ze blijven als ze toch uitvallen." De nazorg moet volgens Vogelzang beter.

Directeur Van Tilburg is het met haar eens. "We zouden graag zien dat de leerlingen nog twee jaar begeleiding krijgen. Zodat we ze kunnen volgen en helpen mochten ze toch uitvallen. We zijn daarover wel in gesprek, maar de vraag is hoe het gefinancierd gaat worden. Het moet niet ten koste gaan van het onderwijs."

In september beginnen er op acht plekken in Nederland pilots waarbij studenten na het behalen van een entreeopleiding nog twee jaar worden begeleid bij hun start op de arbeidsmarkt.

Het ministerie van Onderwijs trekt de komende jaren extra geld uit om de samenwerking tussen het bedrijfsleven en mbo-scholen te stimuleren. Dat gebeurt onder meer via het regionaal investeringsfonds mbo (RIF). Vanaf volgend jaar gaat dat fonds meer bijdragen aan projecten voor jongeren van de entreeschool, zodat zij betere kansen krijgen op de arbeidsmarkt.

Benieuwd wie nu die leerlingen van de entreeschool zijn? Wij volgden gedurende vier maanden Menoah, Lotte, Rami en Mostafa. Zij volgen de entreeopleiding aan ROC Aventus in Zutphen en Deventer. Bekijk hier hun verhalen:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

1/3'Maar eigenlijk kan ik het wel'

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

2/3'Als ik blijf studeren gaat het lukken'

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

3/3Menoah (16) maakt een nieuwe start op de entreeschool

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Reportage: Entreeschool-diploma gehaald, maar daarna moeilijk aan een baan

STER Reclame