Nieuwsuur
Nieuwsuur

Niet armoede of klimaatverandering, maar de dood is het grootste probleem van de mens. Een probleem dat is op te lossen met techniek. Tenminste als het aan de transhumanisten ligt.

Volgens deze wetenschappelijk-filosofische stroming, die zich bezighoudt met radicale levensverlenging door middel van versmelting van mens en techniek, bereikt de mensheid in 2045 een cruciaal punt. Kunstmatige intelligentie is dan zoveel slimmer dan de mens dat we als mensmachines zo lang kunnen leven als we willen.

Silicon Valley

Journalist Mark O'Connell deed twee jaar lang onderzoek naar deze stroming en interviewde wetenschappers en onderzoekers die zich er serieus mee bezighouden. Zijn boek 'De Mensmachine' verscheen deze week in het Nederlands. Hoewel transhumanisten vaak excentriekelingen zijn, moeten we de stroming volgens O'Connell wel degelijk serieus nemen.

"De beweging heeft voet aan de grond gekregen in Silicon Valley. Daar zijn een aantal zeer machtige, invloedrijke mensen die zeer graag de visie van de transhumanisten tot werkelijkheid willen maken."

Een van de bekendste transhumanisten is Ray Kurzweil, hoofd-ingenieur bij Google. Google richtte in 2013 ook Calico op, een biotech bedrijf dat zich ten doelt stelt technische oplossingen te vinden voor de menselijke sterfelijkheid. En ook Peter Thiel, een miljardair die ooit het bedrijf Paypal oprichtte, is een bekende durfkapitalist die in Silicon Valley onderzoek naar levensverlenging financiert.

De stromingen kent vele verschillende ideeën. Sommige transhumanisten laten zich bijvoorbeeld invriezen na hun dood. Ze gaan ervan uit dat de technologie uiteindelijk zo geavanceerd wordt dat ze op een bepaald punt weer tot leven kunnen worden gewekt en hun geest kunnen uploaden.

Ze willen het lichaam helemaal achter zich laten, en zichzelf bijvoorbeeld uploaden in een menselijke robot met super-menselijke capaciteiten en zo onsterfelijk worden. Ze zien het lichaam als een soort mechanisme dat verbeterd kan worden, net zoals je een computerprogramma kan verbeteren.

Horizon

In de meest extreme vorm leidt dit tot het idee dat je het brein kan reduceren tot een code. Een soort softwareprogramma dat niet perse in de hersenen hoeft af te spelen, maar dat geüpload kan worden naar een ander platform, zoals bijvoorbeeld een robot.

"Het is een hele rationale, technocentrische visie op wat het is om mens te zijn", zegt O'Connell. "Een wetenschapper, een typische wetenschapper, zou natuurlijk zeggen dat er geen kans is dat we ooit onsterfelijk worden. Er is een soort horizon, en we kunnen de horizon van de sterfelijkheid tot op zekere hoogte terugdringen, maar eeuwig leven is in wezen een fantasie."

O'Connell ziet de ideeën van de transhumanisten vooral nog als theorieën. "De theorie dat een menselijke geest of het menselijk bewustzijn in kaart kan worden gebracht, dat je weet wat er gebeurt. En als je het in kaart kunt brengen - als je het kunt modelleren - dan kun je het op de een of andere manier overbrengen naar een ander soort systeem."

Maar voor wie moet die onsterfelijkheid er dan zijn? O'Connell: "Het zal niet voor u of mij zijn, waarschijnlijk niet de gewone mensen. Waarschijnlijk de mensen die zich deze technologieën kunnen veroorloven. En als je dat toestaat, leidt dat natuurlijk tot allerlei economische vragen en vragen over rechtvaardigheid."

O'Connell vindt het verontrustend dat er mensen met veel macht en geld zijn die de ideeën van de transhumanisten nastreven. "Ik denk dat het ons iets vertelt over de cultuur waarin we leven. Het vertelt ons iets over het kapitalisme en waar we naar toe gaan."

Tijdens het schrijven kreeg O'Connell als tegenreactie op het rationele denken van de transhumanisten juist een veel lichamelijker begrip van wat het is om mens te zijn, met al zijn dierlijke angsten en behoeften. "Het feit dat we doodgaan, ziek worden, fragiel zijn, is wat mij betreft het mooie aan het mens zijn."

Reportage: De zoektocht naar eeuwig leven

STER reclame