Nieuwsuur

Geheime diensten mogen online steeds meer, maar wie houdt dat in de gaten?

Nieuwsuur
Geschreven door
Marloes Lemsom
politiek redacteur

De AIVD en de MIVD mogen dankzij nieuwe wetgeving per 1 januari 2018 op grote schaal informatie verzamelen via internet. Maar wie houdt in de gaten of de diensten zich aan de regels houden?

Tegenstanders van de nieuwe wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, door hen ook wel 'de sleepwet' genoemd, hebben meer dan 300.000 handtekeningen verzameld. Genoeg om een referendum af te dwingen. Mogelijk kunnen we volgend jaar naar de stembus.

Willem Spaans, voorzitter van het Burgercomité Nederland, steunt het referendum. Hij staat zelf elke week op het Binnenhof om mensen te waarschuwen voor de 'aftapwet'. "Wat mij tegenstaat is dat de overheid toegang heeft tot allerlei informatie van willekeurige en onschuldige burgers waar ze niets mee te maken hebben."

De kans dat je straks onterecht als verdachte aangemerkt wordt, is verwaarloosbaar.

Paul Abels, hoogleraar GISS

Paul Abels, bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services aan de Universiteit Leiden, heeft zelf jarenlang bij de veiligheidsdiensten gewerkt. Hij vindt de angst voor de nieuwe bevoegdheden misplaatst. "De kans dat je straks onterecht als verdachte aangemerkt wordt, is verwaarloosbaar."

De geheime diensten mogen nu telefoonverkeer al ruimhartig afluisteren. Maar via internet mag dat alleen als er sprake is van een concrete verdachte. Vanaf volgend jaar mogen de diensten ook op veel grotere schaal informatie verzamelen via internet.

Wat mogen de MIVD en de AIVD?

Dennis Broeders is voorstander van de nieuwe wet. Hij is projectcoördinator 'Big Data, privacy en veiligheid' van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), een belangrijke denktank voor de overheid.

Volgens Broeders is het belangrijk dat de veiligheidsdiensten meer bevoegdheden krijgen. "De oude wet is echt gedateerd. We sturen de diensten nu het veld in met een hand op de rug."

"De dienst zit knel tussen verwachtingen en angst', zegt hoogleraar Abels. "In het dagelijks leven hebben we geen enkele moeite onze informatie toe te vertrouwen aan bedrijven. Tegelijk verwachten we wel van de overheid dat ze ons 100 procent veilig houden ten aanzien van aanslagen en spionage."

David en Goliath

Maar wie houdt straks in de gaten of de geheime diensten zich aan de wet houden en of er niet meer informatie verzameld wordt dan nodig is?

Bij het huidige toezicht zijn volgens de deskundigen vraagtekens te plaatsen. "Het contrast met de diensten zelf is vrij groot. Dat is David en Goliath", zegt Broeders. Bij de CTIVD, de toezichthouder die achteraf kijkt of de diensten zich aan de wet houden, werken bijvoorbeeld maar twaalf onderzoekers.

Broeders zou het toezicht graag versterkt zien, zeker nu internetgegevens overal een steeds grotere rol spelen. "Dan moeten we ook een data-georiënteerde toezichthouder hebben, die daar daadwerkelijk grip op kan hebben."

Toezicht op de geheime diensten

Ook op de toetsingscommissie die vooraf kijkt of de minister terecht toestemming geeft voor het verzamelen van data, is kritiek. Zelfs van de Raad van State. De toetsingscommissie zou een 'alibifunctie' hebben; de vrees bestaat dat de commissie het gros van de aanvragen zal goedkeuren.

Ook Spaans van het Burgercomité is daar bang voor. "Op het moment dat een minister of Kamerlid zegt dat het gaat om terrorisme, dan zal die commissie zeggen dat het gerechtvaardigd is om data te gaan verzamelen."

Bekijk hier de reportage en het gesprek met Paul Abels, hoogleraar Governance of Intelligence and Security Services.

Geheime diensten mogen online steeds meer; maar wie houdt dat in de gaten?