Nieuwsuur

'Vernieuwing onderwijs moet nu meteen beginnen'

Hollandse Hoogte

De voorgenomen vernieuwing van het lesprogramma in het onderwijs, ook wel bekend onder de naam Onderwijs2032, duurt te lang. Er wordt nu al ruim twee jaar over gesproken.

Volgens Theo Douma, voorzitter van de coördinatiegroep Onderwijs2032, is er grote noodzaak voor onderwijsvernieuwing en gaat dat proces nu te langzaam. Hij zegt dat leerlingen in Nederland uitgedaagd willen worden en dat dat niet lukt met een programma dat elf jaar geleden voor het laatst is aangepast.

"Het is een gedateerd curriculum, onvoldoende gericht op deze snelle, digitale wereld, en vakken zouden veel meer interdisciplinair gegeven moeten worden", zegt Douma, die ook voorzitter van college van bestuur van Openbaar Onderwijs Groningen is.

'Vernieuwing onderwijs moet nu meteen beginnen'

Klaarstomen

Vandaag praat de Tweede Kamer met experts over de voorgenomen veranderingen in het onderwijs. Morgen is er een debat over de vraag: welke kennis en vaardigheden moeten leerlingen in het primair en het voortgezet onderwijs leren om klaar te zijn voor hun toekomst?

José Oliehoek is adjunct-directeur van t Palet in Den Haag. Een school die excellent is verklaard en veel werk maakt van onderwijsvernieuwingen. "Er is snel een vernieuwing nodig. We willen als school kinderen veel beter klaarstomen voor de toekomst. Daarvoor moeten we ze andere vaardigheden aanleren, op een andere manier laten leren", zegt Oliehoek.

"Een vak als burgerschapsvorming moet veel centraler staan in het curriculum, nu is daar maar beperkt aandacht voor."

In november 2014 startte staatssecretaris Sander Dekker de brainstom #Onderwijs2032. Iedereen kon meedenken over de vernieuwing in het basis- en voortgezet onderwijs. Paul Schnabel, aangesteld om het Platform Onderwijs 2032 aan te sturen, kwam op 1 oktober 2015 met een advies.

Daarna barstte de discussie los. Voornaamste kritiek: leraren waren niet gehoord in het proces. Zij noemen het zelfs een schoolvoorbeeld van schijninspraak. Na druk van de onderwijsbonden kwam er een coördinatiegroep die de inspraak alsnog moest regelen en die een plan van aanpak formuleerde.

Sven Annen van Scholierencomité LAKS is het eens met de kritiek en vindt dat "leerlingen moeten weten waarom ze iets leren. Vakken moeten veel meer verbinding hebben met elkaar, bijvoorbeeld via thema- of projectonderwijs".

"Nu leer je op de middelbare school aparte vakken, geschiedenis, economie, enz. Je kan een thema als de vluchtelingencrisis behandelen en al die vakken daarin aan bod laten komen. Dan snappen leerlingen waar het over gaat en is het betekenisvoller", zegt Annen.

Verschillen

Volgens Douma loopt Nederland inmiddels op verschillende fronten achter op het buitenland. "Onze kinderen dreigen op belangrijke onderwerpen de boot te missen als we geen duidelijke doelen stellen."

Hij vindt dat de overheid duidelijke eisen moet stellen aan thema's als burgerschapsvorming en digitale geletterdheid. "Anders lopen de verschillen verder op. Er zijn nu juist eisen aan het lesprogramma gesteld zodat leerlingen in Groningen en Limburg in de basis hetzelfde leren. Maar als je over nieuwe vaardigheden niks vastlegt, worden de verschillen groter."

"Het is van groot belang dat het proces voor een vernieuwing van het curriculum vandaag nog wordt ingezet. Want het curriculum moet nog ontwikkeld worden, geschreven worden en uitgetest worden op scholen. Dit is een proces wat ook nog jaren duurt en waar we vooral leraren en scholen bij willen betrekken."

"Als we nu starten, kan het vernieuwde lesprogramma in gaan rond 2021. We moeten echt nu beginnen en morgen moet in de Kamer dus groen licht worden gegeven", aldus Douma.