Nieuwsuur
ANP

Als de Friezen ergens trots op zijn, naast hun provincie, dan is het hun taal. De officiële status ervan, de klank, de identiteit die ermee is verbonden. De taal onderscheidt Friesland vanouds van de andere provincies.

Vandaar dat het onderzoek van Geert Driessen, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, met gemengde of zelfs ronduit vijandige gevoelens is ontvangen in deze eigenzinnige provincie. 

Friese taal met uitsterven bedreigd?

Complexe taal

Driessen concludeert in zijn studie dat het ‘vijf voor twaalf is voor het Fries’. De taal wordt al lang niet meer automatisch overgebracht van vader/moeder op zoon/dochter. Zo dreigt het Fries volgens Driessen een langzame dood te sterven. 

Vooral in stedelijke gebieden rukt het Nederlands op, mede of vooral vanwege het simpele feit dat veel Friezen daar relaties aangaan met partners ‘van buiten’, wier kennis van deze bjusterbaarlik (prachtig) complexe taal op zijn best rudimentair is.

Driessen vergeleek de uitkomsten van een grootschalig onderzoek in heel Nederland naar het gebruik van Fries, dialect of streektaal uit 1994 met een onderzoek uit 2014. In die twintig jaar nam het Fries dat kinderen spreken buiten het gezin, af van 44 naar 22 procent. Binnen het gezin zakte het percentage in die periode van 48 naar 32 procent.

En ook ouders onderling blijken minder Fries te spreken. Dit aandeel zakte van 58 naar 35 procent. De onderzoeker keek ook naar de opleiding van de ouders en constateert dat hoger opgeleiden (hbo of wo) minder vaak Fries met hun kinderen spreken dan lager opgeleiden. 

Speerpunten

Het onderzoek van Driessen komt op een voor Friesland ronduit vervelend moment. De provincie bereidt zich voor op het evenement Leeuwarden, culturele hoofdstad van Europa 2018 en een van de speerpunten daarvan is nu juist het Fries. 

De provincie wil vlammen, met zijn taal pronken en dan is een onderzoek als dat van Driessen niets minder dan een spreekwoordelijke slap yn it gesicht (klap in het gezicht).

STER reclame