NOS NieuwsAangepast

Hoe eerlijk zijn de Paralympische Spelen? 'Het is tijd voor een waterdicht systeem'

Elke vier jaar laait de discussie over het classificatiesysteem en de eerlijkheid van de Paralympische Spelen weer op. Maar de afgelopen jaren lijkt de kritiek op het systeem steviger dan ooit. "Als er straks iemand goud wint, en iedereen ziet dat het onterecht is: dat moet je toch niet willen?"

Soms voelt oud-zwemmer Simon Boer zich een beetje een zeikerd, als hij er weer over begint. Maar hij vindt het onderwerp te belangrijk om te zwijgen. "De sport is te mooi, en het gaat te goed, om dit nog te hebben. Het past niet meer", zegt de man die deelnam aan de Spelen in Rio de Janeiro.

Esther Vergeer, chef de mission van de paralympische ploeg in Japan, herkent de discussie onder sporters. "Bij fysieke, maar ook bij visuele beperkingen, ga je soms twijfelen. Als je iemand iets ziet doen en je denkt dat er wordt gesjoemeld. Dat zou niet mogen kunnen. Dat zorgt voor onrust bij sporters." Ze wil dat Nederland voorop gaat lopen om tot een oplossing te komen.

Op welke manier worden de Paralympische Spelen zo eerlijk mogelijk gehouden? NOS op 3 legt het uit:

Zo (on)eerlijk zijn de Paralympische Spelen

Om deel te mogen nemen aan de Paralympische Spelen moeten sporters een van de tien door het IPC (International Paralympisch Comité) erkende beperkingen hebben. Vervolgens worden sporters ingedeeld in verschillende klassen op basis van de ernst van hun beperkingen. Om te bepalen in welke een klasse een paralympische sporter hoort, moet de sporter een test doen.

Volgens Boer gaat het daar mis. Bij sporten als zwemmen en atletiek is het belang voor sporters om in een 'eenvoudigere' klasse te komen groot. "Het kan het verschil zijn tussen een medaille halen en niet eens naar de Spelen kunnen". En dus ligt de verleiding om te sjoemelen op de loer.

"Er zijn genoeg trucjes. Als je een spasme hebt, en je neemt een koude douche voor de keuring, dan sta je veel meer onder spanning dan als je rustig je bed uit komt", stelt Boer. "Als je iemand die moeilijk loopt vijf kilometer laat wandelen voordat die naar een keuring gaat, dan is diegene wel op z'n slechtst. Dit soort dingen gebeuren."

Zwemmen

Bewijzen heeft hij niet, maar hij vermoedt dat het veel gebeurt. "Je ziet het met het blote oog. Als er ineens een wereldrecord wordt verbroken met 10 seconden, je kunt mij veel vertellen, maar dan klopt er iets niet." Iedereen weet het, en iedereen in de paralympische wereld heeft het erover, aldus Boer.

Zijn oud-collega's neemt hij het niet kwalijk. "Ik vind het logisch dat je de grenzen opzoekt. Dat hoort bij topsport." Maar dat het systeem het toelaat, doordat testen volgens hem onvoldoende wetenschappelijk zijn en soms niet langer dan een half uur duren, daar zit volgens hem het probleem.

Bestuurslid Rita van Driel van het IPC vindt de opmerkingen van Boer ongenuanceerd. "Als je dit hoort, denk je dat om de hele paralympische sport gaat. Maar het gaat om incidenten. Bovendien hoor ik deze geluiden vooral uit het zwemmen, waar het veel ingewikkelder is om mensen goed te classificeren."

Als je alleen mensen met exact dezelfde handicap in dezelfde klasse wilt, dan heb je straks 200 klassen

IPC-bestuurslid Rita van Driel

De kritiek op het systeem is niet nieuw. Boer zelf liet zich er al eerder over uit. In 2000 werd de Spaanse rolstoelbasketbalploeg gediskwalificeerd, omdat een deel van het team nooit getest was. Vier jaar geleden werden door sporters in een BBC-radiodocumentaire ook al richting medesporters beschuldigingen geuit die probeerden te sjoemelen met het classificatiesysteem.

Volgens Boer is de kwestie steeds urgenter aan het worden. "De sport ontwikkelt zich razendsnel. We hebben te maken met commercials, sponsordeals. Dat groeit enorm, daar ben ik trots op. Alleen, het systeem van classificeren blijft achter."

Van Driel is dat wel met hem eens. "Idealiter zou de stroomversnelling die de sport nu doormaakt gelijke tred houden met de ontwikkeling van het classificatiesysteem, maar helaas is dat niet zo. Als je alles wetenschappelijk wilt onderbouwen, moet je jarenlang wetenschappelijk onderzoek doen. Dan ben je zo vijf of tien jaar verder."

Doping

"Volgens mij moeten we kijken of er een waterdicht systeem te maken is", stelt chef de mission Esther Vergeer. "Ook bij doping heeft dat lang geduurd. Dat is hier ook zo. Maar zo'n systeem, waarbij er rust komt voor de sporter, dat is echt iets waar wij prioriteit aan geven."

"Nederland is daar echt heel ver in. Wij hebben daarin een bepaalde mindset. Zo ver zijn ze niet overal. Wij willen dat gidsland wel zijn. Wij willen met de wereld praten: zien jullie dat nu ook, willen jullie met ons mee om dit te ontwikkelen?"

IPC-bestuurslid Van Driel waarschuwt voor te veel optimisme. "Idealiter zou je een pool van specialisten hebben die het als hun professie doen. Maar als je weet hoeveel mensen er geclassificeerd moeten worden, dan weet ik niet wie dat moet gaan betalen."

Bovendien denkt ze dat het systeem nooit waterdicht zal zijn. "Als je alleen mensen met exact dezelfde handicap in dezelfde klasse wilt, dan heb je straks 200 klassen. Voeg je verschillende handicaps bij elkaar, wat wij doen, dan krijg je discussie. Daarmee dealen, dat is de uitdaging waar we voor staan."

Advertentie via Ster.nl