TeamNL
Paralympische Spelen

De Paralympische Spelen zijn volop bezig. In Tokio strijden 73 Nederlandse paralympiërs met nog ruim 4.000 andere atleten om het eremetaal. Dat gebeurt op veel verschillende onderdelen, maar bovenal in tal van verschillende klassen: de zogenaamde classificatie.

Hoe werkt die paralympische classificatie eigenlijk? We zetten een paar vragen (en antwoorden) voor je op een rij.

Wat is classificatie?

Paralympische atleten kennen een lichamelijke, visuele of verstandelijke beperking. Aan de hand van classificaties wordt de mate van beperking vastgesteld bij de sporter en aan welke sport hij of zij mee mag doen.

Je komt in aanmerking voor een classificatie als je voldoet aan een van de door het International Paralympisch Comité (IPC) erkende beperkingen. Voorwaarde is wel dat de beperking invloed heeft op de specifieke sport waaraan de atleet mee wil doen.

Om ervoor te zorgen dat sporters met gelijkwaardige beperkingen tegen elkaar strijden en zo de competitie eerlijk te laten verlopen, worden sporters ingedeeld in verschillende classificaties. In Tokio staan 22 sporten op het programma met in totaal 539 onderdelen.

Niet elke sport heeft veel verschillende klassen, bij rolstoelbasketbal en de zitvolleyballers valt iedereen in dezelfde categorie en wordt in één toernooi gestreden om de medailles.

Atletiek, zwemmen en wielrennen daarentegen kennen logischerwijs wel verschillende klassen. Om die klasse-indeling aan te duiden wordt gebruik gemaakt van verschillende codes.

SU5, T62 en F46? Hoe zit dat met al die codes?

Wie de Paralympische Spelen volgt, ziet zo nu en dan bepaalde codes voorbijkomen. T20, F40 of SB8 en SM11. Vooral in het atletiek en bij het zwemmen barst het van de verschillende classificaties.

De Braziliaanse zwemmer De Faria Di mist zijn rechter onderarm Reuters

Atletiek kent klassen aangeduid met de letters T (track) en F (field) gevolgd door een cijfer. Hoe lager het cijfer, hoe groter de beperking. Fleur Jong, een van de vlaggendragers deze spelen, is geclassificeerd in T62 omdat haar beide onderbenen zijn geamputeerd. Ze doet echter wel mee met de 100 meter en het verspringen in de klasse T64.

Landgenote Nienke Timmer loopt eveneens de 100 meter, maar komt Jong niet tegen. Zij valt door haar spasmen in de klasse T35 en die strijdt niet tegen T64.

Net als de atletiek kent het zwemmen ook veel verschillende klasse-indelingen. Er staan maar liefst 146 medaillewedstrijden op het programma in Tokio, bij de Olympische Spelen deze zomer waren dat er 37.

Fleur Jong tijdens een training voor de Paralympische Spelen ANP

Classificaties worden aangeduid met de letters S (vrije slag, vlinderslag en rugslag), SM (wisselslag) en SB (schoolslag) gevolgd door een cijfer. S1 tot en met S10 zijn voor paralympiërs met een lichamelijke beperking, S11 tot en met S13 voor een visuele beperking en S14 is voor zwemmers met een verstandelijke beperking.

Hoe krijg je als atleet een classificatie?

Om in aanmerking te komen voor een classificatie word je als sporter door een flinke molen gehaald. Allereerst wordt bepaald of je aan een van de tien erkende beperkingen voldoet, zo ja dan wordt gekeken of je aan de criteria van een bepaalde classificatie voldoet.

Aan de hand van keuringen, analyses en controles van gegevens worden sporters wel of niet ingedeeld in een klasse. Het toekennen van de classificaties gaat overigens niet altijd over rozen.

Het hele systeem levert zo nu en dan veel discussie op en aangezien de regels en eisen nog weleens veranderen, kan het maar net zo zijn dat een bepaalde classificatie van de lijst verdwijnt en een sporter plotseling uitgesloten is van deelname.

STER reclame