NOS Nieuws

Weinig toezicht na veroordeling voor mensenhandel

Mensenhandelaren worden na een veroordeling maar weinig begeleid door de reclassering. Dat staat in een rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. De instantie bekeek gegevens over daders over een periode van vijf jaar.

Tussen 2015 en 2019 werden zo'n 450 mensen veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens mensenhandel. In de meeste gevallen ging het om seksuele uitbuiting, zoals gedwongen prostitutie. In diezelfde periode hebben 135 daders onder toezicht van de reclassering gestaan.

Opvallend weinig, vindt Nationaal Rapporteur Herman Bolhaar. "We zouden moeten willen weten waarom deze daders zo weinig begeleid worden", zegt hij. "Zeker omdat een deel van de daders zo jong is."

Een op de drie daders van seksuele uitbuiting is jonger dan 23 jaar, blijkt uit het onderzoek. Ook slachtoffers zijn vaak nog jong, soms zelfs minderjarig. Volgens Bolhaar is de jonge leeftijd van zowel daders als slachtoffers verontrustend en is goede begeleiding belangrijk om herhaling te voorkomen.

Advies

De rechter bepaalt of reclasseringstoezicht nodig is. Een dader moet zich dan houden aan bepaalde regels en voorwaarden, zoals een verplichte behandeling of agressietraining. En dat wordt gecontroleerd door de reclassering. Het Openbaar Ministerie kan de rechter vragen om het toezicht op te leggen. De reclassering adviseert daar dan eerst over, op verzoek van het OM.

Reclassering Nederland ziet ook dat toezicht ontbreekt in een deel van de mensenhandelzaken. "Een oplossing zou kunnen zijn dat wij in deze zaken standaard opdracht krijgen van het Openbaar Ministerie om advies uit te brengen", zegt een woordvoerder. Dat zou het aantal keren dat de rechter daadwerkelijk reclasseringstoezicht oplegt, kunnen vergroten.

Het OM zegt dat toezicht alleen mogelijk is als iemand mee wil werken en ook bekent. Dat is bij mensenhandel vaak niet het geval. Daarnaast kan toezicht alleen als de rechter - naast de onvoorwaardelijke straf - ook een voorwaardelijk deel oplegt, als stok achter de deur. Dat gebeurt niet altijd, omdat rechters er soms voor kiezen om de dader zo lang mogelijk in de gevangenis te houden.

Gebrek aan bewijs

De Nationaal Rapporteur constateert verder dat het aantal verdachten van mensenhandel de afgelopen jaren is afgenomen, terwijl het aantal signalen over deze vorm van criminaliteit juist steeg. Ook neemt het aantal zaken dat wordt geseponeerd toe. In 2016 eindigde een kwart van de zaken voortijdig, in 2019 was dat gestegen tot veertig procent. Meestal was dat wegens gebrek aan bewijs.

Tot slot ziet de Nationaal Rapporteur dat er relatief weinig veroordelingen zijn voor arbeidsuitbuiting en dat daarvoor ook lichter wordt gestraft. Volgens Bolhaar is dat zorgelijk, omdat het aantal kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt groot is.

Het Openbaar Ministerie stelt dat het na 2015 juridisch lastiger is geworden om uitbuiting te bewijzen. "Een zaak die niet aan die hoge eisen voldoet, zal door het OM niet worden aangebracht bij de rechter", aldus een woordvoerder.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl