Rekenkamer: voorlopig nog geen windparken zonder overheidssteun

Windparken op zee kunnen voorlopig niet zonder subsidie. Uit een rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat overheidssteun nodig is, ondanks de sterk gedaalde prijs van energieopwekking door windmolens op zee.

De Rekenkamer deed onderzoek naar aanleiding van uitspraken van minister Wiebes van Economische Zaken. Die beweerde eerder dit jaar dat de kosten van stroom uit zeewind sterker en sneller dalen dan verwacht. In 2022, zo verwachtte hij, zouden voor de Nederlandse kust de eerste windparken ter wereld zonder subsidie zijn ontwikkeld.

4 miljard

Volgens de Rekenkamer is het doel om de prijs van zeewind tussen 2013 en 2023 met 40 procent te verlagen "binnen handbereik". Maar zonder subsidie wordt de opgewekte stroom niet aangesloten op het landelijke netwerk: via de kosten van aansluiting betaalt het Rijk dus wel degelijk mee, schrijft de Rekenkamer. De subsidie vormt ruim een derde van de energieprijs.

Voor de aansluiting van windparken die tot en met 2023 gebouwd worden, is 4 miljard euro aan subsidie gereserveerd. De windparken die in 2022 worden opgeleverd zullen dus niet de eerste windparken ter wereld zijn zonder subsidie, zoals Wiebes beweerde.

Bovendien waarschuwt de beheerder van het hoogspanningsnet Tennet dat het aansluiten van windparken die tussen 2023 en 2030 worden gebouwd mogelijk 5 à 6 miljard euro gaat kosten. Dit komt omdat deze parken verder uit de kust liggen.