De provincie Hatay is een van de zwaarste getroffen regio's in Turkije
NOS NieuwsAangepast

Hulp nog altijd moeizaam op derde dag na beving, Erdogan belooft beterschap

Ruim twee dagen na de verwoestende aardbeving in Turkije en Syrië is nog steeds niet duidelijk hoe groot de ravage daadwerkelijk is. Het dodental neemt met ieder uur weer flink toe, inmiddels is het de 11.000 gepasseerd. Het is onvermijdelijk dat met het opruimen van de puinresten dat getal nog veel verder op zal lopen.

Hoewel slechts een paar uur na de aardbeving de internationale gemeenschap al paraat stond om hulp te bieden, komt die hulp nog altijd maar moeilijk op gang. Het Nederlandse kabinet heeft nu 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor hulp aan Syrië. Het gaat vooral om noodhulp als voedsel, water, dekens en tenten. Verder is er naar Turkije een zoek- en reddingsteam gestuurd en krijgt het land van veel andere kanten ook hulp.

Het rampgebied in kaart gebracht

Onbegaanbare wegen, het winterse weer en de burgeroorlog in het noorden van Syrië bemoeilijken echter alle hulp. Turkije vroeg vrijwel direct na de aardbeving hulp bij de Europese Unie. Syrië deed dat in eerste instantie niet, maar heeft dat vandaag alsnog gedaan. Tegen het regime in dat land gelden nog altijd zware sancties vanwege de mensenrechtenschendingen sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 2011.

Het Nederlandse reddingsteam USAR kwam dinsdagmiddag aan in een van de zwaarst getroffen regio's, de Turkse provincie Hatay. Het team heeft tot nu toe zeven mensen levend onder het puin vandaan weten te halen. "Soms gaat het gemakkelijk, op andere momenten zijn we echt uren bezig om bij het slachtoffer te komen en moeten we door beton en puin heen breken en zagen en boren", zegt USAR-woordvoerder Jop Heinen.

Volgens de woordvoerder is duidelijk te zien "hoe afschuwelijk zwaar de mensen hier getroffen zijn. Mensen leven op straat, leven in de auto en gaan heel begrijpelijk en verstandig hun huizen ook niet meer in." Het reddingsteam heeft genoeg middelen om zeven dagen in het gebied te blijven.

Ook correspondent Mitra Nazar is aangekomen in de Turkse provincie Hatay.

Correspondent Mitra Nazar in Iskenderun: 'Nog geen hulpdiensten hier'

In Syrië daarentegen hebben de mensen in het rampgebied nog geen of nauwelijks hulp gezien. Het regime van president Assad wil de controle houden over de hulpverlening in het gebied, dat deels in handen is van de oppositie.

"Het is onmogelijk om via oppositiegebied naar bijvoorbeeld een stad als Aleppo te reizen. Op de kaart kan dat wel, maar in de echte wereld van vandaag kan je niet zomaar door die gebieden reizen. Dat klinkt misschien raar, maar dat is de realiteit", zegt Midden-Oosten correspondent Daisy Mohr.

Dat betekent dat vrachtwagens vol hulpgoederen niet zonder toestemming naar het rampgebied kunnen reizen. En toestemming krijgen, gaat ook niet zo makkelijk. "De regering Assad houdt de controle over de hulpverlening. Oppositiegebied is onder normale omstandigheden al moeilijk te bereiken. Daarnaast is er eigenlijk maar één grensovergang, Bab al-Hawa, maar die is door de aardbeving onbruikbaar geworden."

De situatie in Syrië

Maar in Turkije is de hulp ook op de derde dag nog niet optimaal. President Erdogan is inmiddels in het aardbevingsgebied aangekomen en in een toespraak erkende de president dat de eerste hulpverlening direct na de zware aardbeving te wensen overliet.

"Op de eerste dag hebben we wat problemen ervaren, maar op de tweede dag en vandaag is de situatie onder controle", zei Erdogan over de reactie van Turkije op de ramp. "We hadden wat problemen met luchthavens en wegen, maar vandaag gaat het al beter", aldus de president, die zijn land beterschap beloofde de komende dagen.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl