Palestijnen demonstreren in Ramallah AFP
Israël-Palestijnen

"15 mei, de dag waarop we de Nakba herdenken, is voor ons Palestijnen een heel symbolische dag. Het is de dag waarop we herinneren wat er met ons volk is gebeurd, met onze grootouders in 1948", zegt Sabreen Taha, een Palestijnse journalist uit Oost-Jeruzalem.

"Normaal gesproken zijn er op deze dag op verschillende plekken protesten. Die eindigen vaak in confrontaties met de Israëlische militairen. Palestijnen gooien stenen, en de militairen reageren met granaten en rubberen kogels. De volgende dag is het meestal wel weer kalmer. Maar nu er al een week zoveel gewelddadigheden zijn weet ik niet wat ik moet verwachten", zegt Taha.

"Deze dag betekent heel veel voor ons", zegt Ashraf Al-Nabali. Hij woont nu in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever, maar zijn familie komt oorspronkelijk uit een klein dorpje in de buurt van Ramla, waar ze niet meer mogen wonen. "Ik ben zelf een vluchteling en het is voor mij belangrijk dat we onze geschiedenis blijven herinneren. Ik voel het ook als een verantwoordelijkheid om de verhalen van mijn opa en oma over de Nakba en de tijd ervoor in leven te houden.", zegt Al-Nabali

Jarenlang hielden veel gevluchte Palestijnen hun huissleutel, in de hoop dat ze weer terug zouden kunnen naar hun woning. Maar de tijdelijke toevluchtsoorden werden voor velen een permanente woonplek. En de sleutel werd het symbool voor de Nakba. Ook de opa van Al-Nabali heeft zijn huissleutels nog: "Al die tijd heeft hij die bewaard, want het blijft zijn droom en hoop dat hij ooit terug kan naar zijn huis."

Palestijnse vrouw in een vluchtelingenkamp op Westelijke Jordaanoever EPA

Volgens Al-Nabali laat het zien waarom de situatie in Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem zo gevoelig ligt. In die wijk liepen de spanningen afgelopen week flink op omdat Palestijnse families uit hun huis gezet zouden worden. De gezinnen moeten van de Israëlische rechter plaatsmaken voor Joodse kolonisten. "Dit is echt een big deal voor ons. Wij Palestijnen moesten in 1948 al onze huizen verlaten en die hebben we nooit meer terug gekregen. Dat kunnen we niet nog een keer laten gebeuren", zegt Al-Nabali.

Dat de grond zou voor 1948 eigendom zou zijn geweest van Joden en dat de Palestijnse gezinnen daarom moeten vertrekken kan Taha niet begrijpen: "Als we gaan kijken welke grond van wie was voor 1948, hoe zit het dan met ons? Wij bestonden voor 1948 ook al en woonden hier. Dus dan moeten ook Palestijnen hun huizen en grond terugkrijgen. Maar dat gebeurt niet."

Volgens Taha ervaren de mensen in Sheikh Jarrah een soort nieuwe Nakba: "Ze moesten vluchten in 1948 van de plaatsen waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Uiteindelijk konden ze zich in Oost-Jeruzalem vestigen. En nu worden ze weer hun huis uitgezet."

Voor Al-Nabali zijn de recente ontwikkelingen een extra push om het verhaal van de Nakba te blijven vertellen: "Ze dachten dat de jongere generaties op een gegeven moment het verleden wel zouden vergeten. Maar door dit soort gebeurtenissen is dat juist niet zo. Het herinnert ons juist aan wat er is gebeurd en aan wat er weer kan gebeuren."

STER reclame