Judith van de Hulsbeek / NOS

Precies twee jaar geleden sprak Merkel haar inmiddels beruchte zin 'Wir schaffen das' voor het eerst uit. Destijds vooral bedoeld om de Duitsers gerust te stellen over de honderdduizenden asielzoekers die het land binnenkwamen.

Nu er steeds minder vluchtelingen binnenkomen, richt het land zich op de tweede grote klus: de integratie van alle asielzoekers die mogen blijven. Een flinke opgave, en veel Duitsers vragen zich opnieuw af: 'schaffen wir das?'

Leermeester Firas Ajouri van bouwbedrijf Strabag denkt van wel. Maar makkelijk wordt het niet.

De dag is nog jong als Ajouri zijn leerlingen toespreekt. "Osman, Tarik, Fabian, wat is jullie opdracht voor vandaag? Stratenmaken? Goed, aan het werk dan." Op het opleidingscentrum van Strabag in het Hessense Bebra worden zo'n honderd jongeren opgeleid tot stratenmaker of graafmachinebestuurder. Van hen is ongeveer een kwart vluchteling.

Ajouri wil de perfecte omstandigheden creëren voor zijn jongens. Dat betekent dat vluchtelingen die nog in een grootschalige opvang zitten als de opleiding begint, een woning op het terrein wordt aangeboden. "Het kan niet zo zijn dat ze worden omringd door andere asielzoekers die niks te doen hebben. Die gaan dan tot laat zitten drinken of feesten en dan kan zo'n jongen toch niet fris weer aan het werk de volgende ochtend."

Ajouri is een van de vier leermeesters die op het opleidingscentrum rondlopen. Hij kwam zelf 31 jaar geleden als vluchteling vanuit Syrië naar Duitsland en kan zich daardoor extra goed in de jongens verplaatsen. "Ik heb me toen vrij makkelijk aangepast aan de Duitse manier van leven. Ook omdat wij christenen zijn. Maar ik kan me goed voorstellen dat jongens er moeite mee hebben."

NOS

Het allerbelangrijkst is volgens leermeester Ajouri de taal. Dan volgt de cultuur. "Soms krijg ik ook de vraag of mannen hier op straat mogen kussen. Dat mag, zeg ik dan. Je hoeft het niet leuk te vinden, maar dit is een democratie waarin dat is toegestaan. En dat heb je te respecteren." Ook over het contact met meisjes krijgt hij nogal eens vragen. "Dan vragen ze: waar mag ik ze vastpakken? Helemaal nergens, natuurlijk, check eerst maar of ze überhaupt interesse heeft", lacht hij.

Streng

Ajouri noemt de leerlingen zijn tweede familie. Dat betekent volgens hem ook dat hij af en toe streng moet zijn. Hij verwacht van zijn leerlingen dat ze zich volledig inzetten voor hun opleiding.

Hij heeft het meteen door als een leerling ongemotiveerd is. "Dat zie je aan alles. Aan zijn houding, hoe hij in de les zit, en aan zijn cijfers natuurlijk." Als er na een gesprek geen verbetering komt, is Ajouri onverbiddelijk: dan kan de leerling zijn spullen pakken.

Peter Dreier: "De wil om te integreren valt weg, zodra ze een verblijfsvergunning krijgen" Judith van de Hulsbeek / NOS

In Hessen wordt hard gewerkt aan de integratie, maar het loopt niet overal zo soepel. "Voor de integratie van vluchtelingen is nog veel meer inspanning nodig dan voor de opvang", zegt Peter Dreier. Hij is Landrat, een soort burgemeester, van de Beierse gemeente Landshut.

Hij was een van de eersten die aangaven dat de gemeenten het niet meer aankonden en kreeg vorig jaar landelijke bekendheid met een controversiële actie: hij stuurde een bus met vluchtelingen naar Merkels kantoor in Berlijn. Zijn boodschap aan de bondskanselier: 'Wir schaffen das nicht.'

Dreier is sindsdien kritisch gebleven op het integratiebeleid. Zijn gemeente telt zo'n 69.000 inwoners, en hij vangt er duizend vluchtelingen op. Van de leraren die integratiecursussen geven, krijgt hij te horen dat een deel er met de pet naar gooit. Vooral bij vluchtelingen die te horen hebben gekregen dat ze mogen blijven, zou de wil om te integreren laag zijn.

Onacceptabel, vindt Dreier. "Ze kunnen in Duitsland rekenen op onderdak en financiële steun. Daar mag dan ook wat tegenover staan. De wil om te integreren moet er zijn." Hij heeft te weinig middelen om ertegen op te treden, vindt hij. "Mensen korten op hun uitkeringen als ze niet komen opdagen bij de cursus. Je kunt nu wel korten, maar door de bureaucratie duurt het lang en gebeurt het bijna niet."

Bij Lilav en Redan is de wil om te integreren duidelijk aanwezig, maar dat betekent nog niet dat het ook soepel verloopt. De twee Syriërs wonen samen met negen anderen in een huis in Landshut. Ze spreken al best een woordje Duits, maar hebben nog niet het taalniveau bereikt om te kunnen werken. "Als ik mijn opleiding tot verpleegster heb afgemaakt en de Duitse taal ken, kan ik eindelijk deelnemen aan de samenleving", zegt Lilav.

Tot die tijd zijn de vluchtelingen in het huis op elkaar en de hulpverleners aangewezen om hun kennis van de Duitse taal en cultuur op niveau te brengen. Contact met mensen in de buurt is er nauwelijks, al heeft Redan een mooie ingang gevonden. Bij de plaatselijke voetbalclub jaagt hij zijn droom na om het tot profvoetballer te schoppen. "En daar heb ik contact met iedereen, ook met veel Duitsers."

Steun

Op het opleidingscentrum van Strabag gaat dat contact vanzelf. De leerlingen, Duitsers én vluchtelingen, wonen samen op het complex, delen vaak een kamer. Zo ook Haroon uit Ethiopië, die aan zijn laatste jaar van de opleiding bezig is. "Ik leer veel van mijn Duitse kamergenoot. We praten over alles samen en als ik ergens hulp bij nodig heb, helpt hij me."

Dat geldt niet alleen voor hulp bij huiswerk. "De littekens van de folteringen staan nog op zijn rug", zegt Haroons instructeur Ajouri. "Zijn kamergenoot biedt hem steun als hij s'nachts wakker wordt van de nachtmerries."

STER reclame