Huisartsen voeren al jaren strijd voor mindere bureaucratie en betere tarieven.
NOS Nieuws

Huisartsen dwingen bij de rechter herberekening tarieven af

  • Sander Zurhake

    redacteur Gezondheidszorg

  • Sander Zurhake

    redacteur Gezondheidszorg

De tarieven die huisartsen mogen vragen voor de zorg die zij leveren moeten opnieuw worden berekend. Dat oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in een zaak die huisartsen hadden aangespannen tegen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De zorgautoriteit heeft onvoldoende onderbouwd waarom de huidige tarieven toereikend zijn en moet daarom van de rechter snel een grondig kostenonderzoek verrichten om tot betere tarieven te komen. Ook moet de NZa al dan niet in overleg met zorgverzekeraars bekijken hoe financieel benadeelde huisartsen kunnen worden gecompenseerd.

De uitspraak is een klinkende overwinning voor de stichting De Bevlogen Huisartsen, de Landelijke Huisartsen Vereniging en de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen. Deze medische beroepsgroep voert al langer strijd voor tarieven die recht doen aan de toegenomen verantwoordelijkheden van de huisartsen.

Takenpakket huisarts enorm gegroeid

Sinds de verzorgingshuizen in 2013 zijn gesloten hebben huisartsen veel werk aan kwetsbare ouderen die nog thuis wonen. De wachtlijsten in de GGZ nemen alleen maar toe, waardoor huisartsen ook veel meer van deze patiënten onder hun hoede hebben. Tegelijkertijd zijn veel ingrepen, zoals het plaatsen van een spiraaltje, vanuit ziekenhuizen overgeheveld naar de huisartsen.

Om dat uitgebreide takenpakket te kunnen vervullen moeten de huisartsen veel meer kosten maken dan tien jaar geleden. De tijden van solopraktijken zijn voorbij. Een huisarts wordt vandaag de dag bijgestaan door zzp-artsen, huisartsen in loondienst, assistentes en praktijkondersteuners speciaal voor ouderen, jeugd of de GGZ.

Ondertussen bleef de NZa de tarieven baseren op financiële data uit 2015. Volgens de rechter is dit onzorgvuldig geweest.

Cruciaal vonnis

Volgens huisarts Christof Zwart, de aanjager van dit proces, kan de uitspraak essentieel zijn om te voorkomen dat de huisartsenzorg in elkaar stort. Ook al zijn er genoeg huisartsen, dat geldt niet voor het aantal praktijkhoudende huisartsen. Zij zijn de organisatorische ruggengraat van de eerstelijnszorg en regelen dat er zorgcontracten met zorgverzekeraars zijn en dat er bijvoorbeeld huisvesting is voor praktijken.

Dat laatste is een steeds groter knelpunt. Vanwege de toegenomen taken en personeel zijn de oude praktijken vaak te klein. Verbouwingen en verhuizingen zijn vaak noodzakelijk, maar niet te financieren met de tot nu gehanteerde tarieven. Het is voor jonge huisartsen daarom zeer lastig of onbetaalbaar om een praktijk over te nemen. Dus voor artsen die met pensioen gaan komen niet genoeg praktijkhouders terug.

"We zijn daarom heel erg blij dat de rechter zowel de grote veranderingen als de kostenontwikkeling in de huisartsenpraktijk heeft gezien", aldus Zwart. "Dat leidt er toe dat de NZa de tarieven voor 2023 en 2024 opnieuw moet vaststellen."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl