1988: Blijdschap bij Berlusconi en Gullit na het veroveren van de landstitel
NOS Voetbal

Berlusconi wist het zeker: 'Ik ben de beste clubeigenaar uit de historie van het voetbal'

Als politicus noemde hij zich de Jezus Christus van Italië. "Ik ben bereid voor mijn land te sterven", voegde hij daar dan aan toe. Als eigenaar en voorzitter van AC Milan was de maandag overleden Silvio Berlusconi weinig minder dan de Godfather van het Italiaanse voetbal.

Als jongetje ging de kleine Berlusconi, aan de hand van vader Luigi, al naar wedstrijden van AC Milan. Het was vele malen meer dan liefde op het eerste gezicht. "Er was geen sprake van een vonk die oversloeg", zei hij over zijn eerste kennismaking met de Rossoneri. "Ik werd gegrepen door een uitslaande brand."

Eigenlijk was het heel simpel. "Ik ben geboren als Milanista."

Voetbal in het algemeen en AC Milan in het bijzonder waren voor de megalomane Berlusconi vehikels bij uitstek om de wereld te veroveren. Het wekt nauwelijks verbazing dat de gewezen zanger op cruiseschepen en in nachtclubs hoogstpersoonlijk meeschreef aan Forza Milan, het clublied van de Milanezen. Berlusconi was AC Milan en AC Milan was Berlusconi.

Als eigenaar van de club, een positie die hij in 1986 verwierf, zorgde hij voor een ware revolutie in het Italiaanse voetbal. Hij maakte hoogstpersoonlijk een einde aan het catenaccio, het slaapverwekkende countervoetbal dat de Serie A in de jaren 80 van de vorige eeuw in een verstikkende houdgreep hield.

De eerste daad die Berlusconi verrichtte was het aanstellen van Arrigo Sacchi als trainer. Die had in Milaan een onuitwisbare indruk achtergelaten toen hij, een jaar eerder, als oefenmeester van het bescheiden AC Parma uit de Serie B met aanvallend spel AC Milan uit het Italiaans bekertoernooi Coppa Italia knikkerde.

Helikopter

Geld speelde geen rol voor Berlusconi, de man die zich bij voorkeur per helikopter verplaatste en zich op die wijze op menig middenstip liet afzetten. In de zomer van 1987 tekende hij voor een ware revolutie door Ruud Gullit en Marco van Basten te contracteren. Vooral het vastleggen van laatstgenoemde, die aanvankelijk niet naar Italië wilde verkassen, gold als een hoogstandje.

Berlusconi arriveert per helikopter op trainingscomplex Milanello (1986)

De twee Nederlanders kregen vleugels in San Siro en stegen tot dusdanig grote hoogten, dat het Nederlands elftal een jaar later aan de hand van de uitblinkende Van Basten en Gullit de Europese titel veroverde. Na het EK van 1988 volgde Rijkaard zijn twee landgenoten richting Milaan.

Salesianen

In zijn jeugd bracht Berlusconi veel tijd door bij de Salesianen, een religieuze congregatie die in 1859 in Turijn werd gesticht door Giovanni Don Bosco. Het was er de oorzaak van dat voetbal en religie voor Berlusconi moeilijk te scheiden waren.

Jaarlijks organiseerde Berlusconi voor spelers en staf spirituele sessies waarbij het dogma dat voetballers een bijna sacrale voorbeeldfunctie vervullen een telkens terugkerend thema was.

Gullit en Berlusconi in 1990

Slechts weinig werd door Berlusconi aan het toeval overgelaten. Fabio Capello en Carlo Ancelotti, die in de jaren die volgden in de voetsporen van Sacchi traden, ontkwamen niet aan de lange arm van Berlusconi. Als eigenaar wenste hij door zijn oefenmeesters wekelijks op de hoogte te worden gebracht van de elf namen die het veld in werden gestuurd.

740 miljoen

Ook Capello en Ancelotti werden gedwongen aanvallend voetbal te prediken. Berlusconi keek vervolgens vanaf het ereterras van San Siro en zag dan dat het goed was. Het was zijn manier om de voetbalwereld te tonen dat niets in het leven onmogelijk is. Alles verliep volgens zijn levensmotto: "De realiteit is groter dan de droom."

In de 31 jaar dat hij aan de touwtjes trok, veroverde AC Milan achtmaal de scudetto, de landstitel, en werd vijf keer de Champions League (en diens voorloper, de Europa Cup 1) gewonnen. De club groeide onder zijn regie uit tot een imperium dat 740 miljoen waard was. Voor dit bedrag verkocht hij AC Milan in 2017 ook aan een Chinese investeerder.

Berlusconi en Van Basten op een feestavond in de jaren 90

Bescheidenheid was Berlusconi vreemd. "Ik ben de meest succesvolle clubvoorzitter uit de geschiedenis van het mondiale voetbal", zei hij drie jaar geleden over zichzelf.

Ook succes met Monza

Het bloed kroop toch waar het niet gaan kan. Na zijn afscheid bij Milan werd hij in 2018 eigenaar van het kleine AC Monza. Met die club boekte hij ook successen. Monza promoveerde van het derde naar het hoogste Italiaanse niveau.

Bij Monza zorgde Berlusconi voor ophef door de spelers een bus vol prostituees te beloven als ze zouden winnen van topclubs.

Ondanks de laatste jaren bij Monza zal Berlusconi vooral gelinkt worden aan AC Milan. De club die de aantrekkingskracht van een magneet heeft op Nederlandse voetballers. Ook nadat Rijkaard, Gullit en Van Basten waren vertrokken.

Band met Seedorf

Na de Drie van Milaan speelden ook onder anderen Winston Bogarde, Patrick Kluivert, Michael Reiziger, Clarence Seedorf (als speler en trainer), Jaap Stam, Edgar Davids, Nigel de Jong, Klaas-Jan Huntelaar en Mark van Bommel in het zwart-rood.

Berlusconi had vooral een zwak voor Seedorf. Hij was er in april 2011 bij toen Seedorf in de Nederlandse ambassade in Rome werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. De toenmalige Italiaanse premier maakte daar van de gelegenheid gebruik om het sociale karakter van de Nederlander te prijzen.

Seedorf is ridder in Orde van Oranje-Nassau: 'Erkenning is het mooiste'

"Een voetballer is voor hem net zo belangrijk als een schoonmaker", zei Berlusconi over Seedorf. Die prees op zijn beurt de 'presidente' van AC Milan. "We hebben een mooie band. Hij is een fantastisch mens. Ik heb het geluk gehad hem privé te leren kennen", zei hij.

Over Berlusconi's politieke partij Forza Italia wenste Seedorf het destijds niet te hebben. "Politiek is politiek, daar moet je buiten blijven. Ik weet waar hij voor staat en wat hij voor AC Milan en het land Italië heeft betekend. Dat is heel veel waard."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl