ANP
NOS Nieuws

Weer focus op Haagse werkdruk: 'Ik dacht vaak: niet nóg een debat'

Met in een week tijd twee overwerkte Tweede Kamerleden én een hartekreet over de werkstress van parlementariërs, groeit de roep om iets aan de Haagse werkdruk te doen. Kamervoorzitter Vera Bergkamp heeft afgelopen week opnieuw overleg gehad over de preventieve bedrijfszorg waarvan Kamerleden sinds een jaar kunnen gebruikmaken.

"We zijn nog eens gaan zitten om te kijken waar we dat aanbod nog kunnen uitbreiden", laat ze weten. "Omdat het altijd nog beter kan."

Het probleem van de werkdruk in het parlement is allesbehalve nieuw. Er wordt al jaren over gesproken, maar ondertussen blijft de agenda groeien en neemt met het aantal versplinterde fracties ook de behoefte aan ondersteuning toe. Momenteel moeten nog zo'n 200 debatten worden ingepland, een aantal dat maar niet afneemt.

Minder nachtelijke vergaderingen

"Ik heb zelf regelmatig gedacht: ik ben hondsmoe, ik wil niet nóg een debat", blikt oud-ChristenUnie-Kamerlid Carla Dik-Faber terug op haar negen jaar in de politiek. "Ik had vaak werkweken van zestig uur en in het najaar, met de begrotingsbehandelingen, kon dat oplopen tot tachtig uur."

Dik-Faber vertrok na de verkiezingen van vorig jaar uit de politiek. Sindsdien zijn meerdere maatregelen genomen om de werkdruk daar te verminderen. Zo is het ambtenarenteam dat Kamerleden inhoudelijk ondersteunt met bijvoorbeeld analyses en onderzoek uitgebreid met tien fulltime medewerkers. Ook worden hoofdelijke stemmingen, waarbij alle Kamerleden aanwezig moeten zijn, sinds vorig jaar zo veel mogelijk van tevoren aangekondigd.

De huidige aanpak geeft volgens Kamervoorzitter Bergkamp meer rust. "Vanuit mijn rol stuur ik verder op minder nachtelijke vergaderingen en een voorspelbare agenda", licht ze in een reactie toe. "Dus de zaken die bijdragen aan een goede werk-privébalans."

Een grotere Tweede Kamer?

De vraag is of dat genoeg is om toekomstige burn-outs te voorkomen. Sommige partijen en politicologen denken dat daarvoor meer nodig is. Een grotere Tweede Kamer bijvoorbeeld, met minimaal 200 zetels in plaats van de huidige 150.

Deze zomer toonden de ChristenUnie, PvdA, Volt en GroenLinks zich voorstander van zo'n uitbreiding, ook om de positie van het parlement te versterken. Maar, zei GroenLinks-Kamerlid Bromet erbij: "Als een groter parlement leidt tot nog meer fracties, dan schieten we er weinig mee op."

Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans is voorstander van een grotere Tweede Kamer:

Ook politicoloog Simon Otjes pleitte in het verleden meerdere malen voor een groter parlement, waarvoor overigens een grondwetswijziging nodig is. Hij stelt dat de Tweede Kamer eigenlijk 259 zetels zou moeten hebben, op basis van een onder politicologen bekende formule over de ideale verhouding tussen het aantal inwoners en de volksvertegenwoordigers.

"De kwestie is nu relevanter geworden omdat de fracties in de Tweede Kamer veel kleiner zijn dan voorheen: gemiddeld bestaan ze uit nog geen acht Kamerleden. Dat betekent dat iedere fractie de hele politieke agenda over maar heel weinig mensen kan verdelen."

Volgens Otjes is een groter parlement overigens niet genoeg om het werkdrukprobleem op te lossen: we moeten ook kritisch kijken naar wat we van de Kamerleden verwachten, zegt hij. "Misschien is het beter om van een 'debatparlement' naar een 'werkparlement' te gaan, met meer ruimte voor Kamerleden om in dossiers te duiken."

'Ratrace' van debatten en moties

Maar ook voor politici zelf is een rol weggelegd. Een werkgroep onder leiding van SGP-leider Kees van der Staaij concludeerde eind vorig jaar bijvoorbeeld dat Kamerleden minder moties moeten indienen, oftewel verzoeken aan het kabinet om iets wel of niet te doen. Over iedere motie, waarvan er ieder jaar vele honderden tot enkele duizenden worden ingebracht, moet worden gestemd.

"De intentie is er altijd wel," zegt oud-Kamerlid Dik-Faber over de herhaalde oproepen om te minderen met moties, "maar het is lastig om er uitvoering aan te geven."

Ook is volgens haar sprake van een dynamiek die zichzelf in stand houdt. Een soort ratrace, zegt ze ."Er gebeurt iets in de samenleving, er wordt verwacht dat politici daar iets van vinden en dat leidt tot debatten en moties. Omdat je met een motie als partij een statement kunt afgeven, is het misschien een lastig instrument om los te laten."

Veel betrokkenen merken op dat alle 'werkdrukvoorstellen' in ieder geval één ding niet kunnen wegnemen: de druk die via sociale media op politici wordt uitgeoefend. "Je zit niet in de Tweede Kamer om applaus te krijgen, maar de kritiek is vaak echt heel naar", weet Dik-Faber. "Dat helpt allemaal niet om het werk met plezier te doen."

"Met de aanpak beperken we helaas niet de constante persoonlijke aanvallen die onze Tweede Kamerleden op sociale media ondergaan", zegt ook Bergkamp. "Daarmee omgaan vereist een olifantenhuid of afstand nemen, terwijl je juist als volksvertegenwoordiger in contact wil en moet staan met mensen."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl