Als Arjan Stevens de telefoon opneemt, zit het bouwen er net op: de jury is juist bezig de paasberg van Espelo op te meten. "We kunnen nu niets meer doen", zegt Stevens. Hij schat dat de 'paasboake', die morgenavond in brand wordt gestoken, zo'n vijftien meter hoog is. Stevens hoopt dat dat genoeg is om de paasvurencompetitie te winnen van de vier andere deelnemende buurtschappen in de Overijsselse gemeente Rijssen-Holten.

De jury in de gemeente gebruikt landmeetapparatuur en een beetje wiskunde om de paasvuren op te meten:

Eindelijk weer ouderwets strijd om het grootste paasvuur: 'Enorm genieten'

In Espelo wordt van oudsher een van de grootste paasvuren van Nederland gebouwd, in een traditie die de afgelopen twee jaar niet kon doorgaan vanwege de coronacrisis. Sinds vijf jaar staat het Espelose vreugdevuur op de lijst van immaterieel erfgoed in Nederland. Volgens het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed zijn onder meer de sociale en culturele aspecten van het paasvuur heel belangrijk.

"De traditie van het bouwen is hier diepgeworteld", zegt Stevens, die op zijn twaalfde voor het eerst meehielp met de opbouw van de 'paasbult'. De hele vriendengroep van de nu 29-jarige inwoner van Espelo is eromheen ontstaan. "Op het platteland is het verenigingsleven de kern van de buurt, dat is waar je elkaar tegenkomt. Sommige dorpen hebben carnaval, wij bouwen paasvuren."

Normaal gesproken beginnen de voorbereidingen voor het paasvuur van Espelo al in oktober. Deze keer zijn de bouwers echter pas in januari gestart met het verzamelen van hout, omdat eerder onzeker was of de vreugdevuren wel konden doorgaan. "Corona was toen nog in volle gang."

De bouwers in Espelo aan het werk:

Arjan Stevens

Op de paasbult liggen kerstbomen, snoeihout van boeren en tuinders uit de omgeving en jong hout van de Sallandse Heuvelrug. Voor dat laatste werken de paasvuurbouwers van Espelo samen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. "Dat is een win-winsituatie", vindt Stevens. "Wij halen jonge boompjes weg van de heidevelden, dat is mooi hout voor ons paasvuur. Voor de natuurorganisaties is het ook gunstig: door het verwijderen van die 'opslag' voorkomen we dat de heide dichtgroeit."

Volgens Stevens is het natuurbeheer goed gereguleerd. "We overleggen een keer per jaar met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten; ieder buurtschap krijgt dan bepaalde gebieden toegewezen op de heide. Vervolgens ga je daar in de maanden voor Pasen met zo veel mogelijk mensen hout ophalen. Regelmatig komt de boswachter daarbij een kijkje nemen."

Smog

Tegelijkertijd klinkt ook kritiek op de paasvurentraditie in met name Oost-Nederland. Zo komt er bij de branden CO2 vrij en kunnen de rook en geur overlast veroorzaken, vooral bij mensen die last hebben van hun luchtwegen.

Het RIVM waarschuwde vandaag al voor smog door de paasvuren in Duitsland en het oosten van Nederland. Omdat er oostenwind staat, kan de daarbij uitgestoten fijnstof zich snel over de rest van Nederland verspreiden. De smogwaarschuwing geldt tot en met maandag.

Stevens zegt soms wel een beetje te worstelen met die kritiek. "We stoten wel wat uit, maar aan de andere kant doen we ook veel terug in de vorm van natuurbeheer." Verder denkt hij dat het merendeel van de inwoners van Oost-Nederland voorstander is van de paasvuren. "Het idee dat je vuur stookt met Pasen is hier heel erg verankerd."

In Nederland worden jaarlijks enkele honderden paasvuren aangestoken, hoewel dat de afgelopen twee jaar vanwege corona niet is gebeurd. Ook in 2019 konden veel vreugdevuren niet doorgaan, toen vanwege het risico op natuurbranden door droogte.

De regels waar paasvuren aan moeten voldoen verschillen per gemeente. Zo mag er in sommige gemeenten alleen snoeihout op de paasbulten terechtkomen. Ook zijn er allerlei vergunningen nodig en zijn er brandveiligheidseisen voor de constructie van de houtstapel, schreef RTV Oost in 2015 al.

STER reclame