Ethiopiërs krijgen voedsel uitgedeeld NOS/Elles van Gelder

Toen de gevluchte Ethiopische boer Habtu terugkeerde op zijn land, was zijn oogst van knoflook, tarwe en het lokale graan teff verdwenen. In plaats daarvan lagen er doden op het veld, lichamen van rebellen en Ethiopische soldaten. Hij wijst een stuk grond aan. "Ik heb ze hier begraven zodat ze niet door de hyena's worden opgegeten."

Habtu komt uit de regio Amhara en is een van de vele Ethiopiërs die voor de oorlog op de vlucht zijn geslagen. De strijd in Ethiopië sleept nu al vijftien maanden voort. Rebellen van de TPLF uit de noordelijke regio Tigray, zijn in oorlog met het Ethiopische leger. Het regeringsleger wordt gesteund door soldaten uit Eritrea en lokale milities.

Het kleine huis van deze agrariër ligt in een gebied dat tot voor kort in handen was van de TPLF-rebellen, totdat het Ethiopische leger het heroverde. Toen Habtu terugkwam vond hij niet alleen lijken op zijn erf, maar ook een leeggeplunderd huis. Zijn zakken met eten waren weg en ook de kippen waren verdwenen. Opgegeten door de strijders, denkt hij.

Het dak van zijn boerderij is doorzeefd door artillerievuur, het zonlicht valt door de gaten naar binnen. In deze hooglanden van Ethiopië zie je langs de wegen de sporen van de oorlog. Niet alles is verwoest, maar her en der staan rijen zwaar beschadigde huizen.

Het Ethiopische leger patrouilleert. Want de oorlog is nog niet voorbij. Habtu woont hemelsbreed nog geen tweehonderd kilometer van de grens met Tigray, waar de rebellen zich sinds december weer naar hebben teruggetrokken, en hij is bang dat de oorlog weer terugkomt.

Voedselgebrek

Toch is het conflict of de schade aan zijn huis nu niet zijn grootste zorg. Dat is hoe hij zijn gezin gaat voeden. "Door de oorlog heb ik niet kunnen zaaien en oogsten. Ik heb nog maar drie zakken graan. De volgende oogst is nog ver weg en bovendien zijn mijn akkers verwoest door artillerievuur."

Volgens het Wereldvoedselprogramma hebben negen miljoen mensen in het noorden van Ethiopië voedselhulp nodig. In Habtu's regio Amhara is het aantal mensen met honger de afgelopen vijf maanden meer dan verdubbeld van 1,5 miljoen naar 3,7 miljoen. "Dit was al een droge regio," vertelt de supervisor bij een pakhuis waar voedselhulp wordt uitgedeeld. "Maar nu hebben ze zelfs dat beetje eten dat er was, niet meer."

Dat geldt ook voor de burgers in Tigray, de regio waarmee de Ethiopische autoriteiten oorlog voeren. Ook daar hebben boeren niet kunnen zaaien en oogsten, ook daar kregen burgers te maken met plunderingen en is de nood hoog. Volgens recent onderzoek van het Wereldvoedselprogramma heeft bijna veertig procent van de burgers in Tigray een extreem tekort aan eten.

Afrika correspondent Elles van Gelder is in het noorden van Ethiopië waar voedsel wordt uitgedeeld en sprak met bezorgde burgers in Amhara:

Extreme honger in Ethiopië door oorlog

In Tigray komt amper hulp aan en hebben hulporganisaties moeite om voedsel dat nog in de regio is uit te delen, onder meer door een gebrek aan brandstof. Sinds half december is er geen enkel transport over de weg in Tigray aangekomen. De hulpkonvooien krijgen vrijwel nooit toestemming van de Ethiopische regering om te gaan rijden. Als ze wél op weg mogen, worden ze belemmerd door gevechten; geen enkele route is nog veilig.

De Verenigde Naties spreken van een de facto blokkade van hulp. Ondertussen is er weinig bekend over wat er gebeurt in Tigray, ook omdat journalisten daar niet mogen gaan kijken. Ook wij konden om die reden niet naar die regio.

Deze week zijn Afrikaanse leiders bijeen in Addis Ababa, de hoofdstad van Ethiopië, voor een top van de Afrikaanse Unie. Een van de gespreksthema's van de bijeenkomst is hoe het continent de eigen bevolking kan voeden. Hulp- en mensenrechtenorganisaties hopen dat het ook over de situatie in het gastland zelf gaat.

Boer Habtu gaat de komende maanden zijn verwoeste akkers ploegen en klaarmaken voor de zaaitijd. Ondertussen moet hij proberen eten te lenen, want zijn lokale leider heeft hem nog niet op de lijst gezet voor voedselhulp. Habtu heeft immers nog een koe. Die had hij meegenomen op zijn vlucht en het dier is dus niet opgegeten door de strijders. Daarom is de boer volgens de lokale leider veel beter af dan de rest van de inwoners van zijn dorp.

STER reclame