Eerste Kamervoorzitter Jan Anthonie Bruijn en Tweede Kamervoorzitter Vera Bergkamp leggen een krans NOS

De slachtoffers van de Holocaust zijn herdacht bij het Spiegelmonument Nooit meer Auschwitz in Amsterdam.

Net als vorig jaar waren vanwege de coronacrisis uitsluitend genodigden welkom bij de herdenking. Ook was de traditionele stille tocht opnieuw geschrapt. Wel liepen onder anderen premier Rutte en de Amsterdamse burgemeester Halsema van het Holocaust Namenmonument dat vorig jaar september werd onthuld naar het Wertheimpark, waar het Auschwitzmonument staat.

Bij de herdenking werden kransen gelegd en waren er toespraken. Halsema sprak zich fel uit tegen vergelijkingen tussen de Holocaust en de huidige coronapandemie. "Schaamteloos als de coronapandemie op een lijn wordt gezet met de systematische uitsluiting en moord op de Joden, Roma en Sinti", zei de burgemeester. "Schaamteloos als de Jodenster ook hier in Amsterdam op de Dam wordt misbruikt voor effectbejag, enkel en alleen om aandacht te krijgen."

Bekijk een deel van de toespraak van Halsema:

Halsema tijdens herdenking Holocaust: 'Vergelijking coronapandemie met Holocaust schaamteloos'

Halsema riep op om "onze coronamoeheid, onze frustraties en onze meningsverschillen niet in de weg te laten staan staan van onze waakzaamheid. En van het onloochenbare feit dat wij hier en nu wel in vrijheid leven en keuzes kunnen maken."

Voorzitter Grishaver van het Nederlands Auschwitz Comité haalde uit naar het antisemitisme dat volgens hem heerst onder bepaalde politici. "Vroeg of laat leiden die giftige praatjes weer tot iets gruwelijks. Tot een aanslag op een restaurant, een synagoge of een Joodse school. En uiteindelijk weer tot een pogrom (...). Niet zolang ik er ben."

Andere sprekers waren Tweede Kamervoorzitter Bergkamp en Zoni Weisz, die als Sinti-kind de oorlog overleefde. Hij verloor onder anderen zijn moeder, zusjes en broertje. Zij werden naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau getransporteerd en vergast.

'Je valt in een diep gat'

Weisz vertelde de oorlog te hebben overleefd door "hulp van een goede Nederlandse politieagent" en beschreef hoe hij zijn familie voor het laatst zag in de trein die naar het vernietigingskamp reed. "Dit beeld zal voor altijd op mijn netvlies gebrand staan. Ik was alleen, als kind van 7 jaar ben je dan alles kwijt en val je in een onpeilbaar diep gat." Hij riep op lessen te trekken uit de geschiedenis. "We hebben de opgave de voorwaarde te scheppen dat minderheden in veiligheid en vrede kunnen leven."

Tijdens de Holocaust werden van de ongeveer 140.000 Joden in Nederland er zo'n 107.000 gedeporteerd. Ongeveer 102.000 van hen kwamen om het leven. Naast deze groep Joden werden ook onder anderen Sinti en Roma vermoord.

De herdenking was zonder publiek. Bij het Namenmonument kwamen wel nabestaanden samen om te herdenken:

Stil zijn bij het Namenmonument: 'Hele familie is vermoord'

STER reclame