Facebook-topman Mark Zuckerberg EPA

Facebook moet toch voor de rechter verschijnen in een zaak die de Amerikaanse toezichthouder FTC had aangespannen vanwege machtsmisbruik. De FTC beschuldigt het techbedrijf ervan een illegaal monopolie op de markt van sociale media in stand te houden. Eerder werd de zaak nog afgewezen omdat de toezichthouder onvoldoende bewijs naar voren had gebracht.

Een rechter in Washington vindt nu dat de aantijgingen "krachtiger en gedetailleerder" zijn en heeft daarom het verzoek van Facebook om de zaak van tafel te vegen afgewezen.

De FTC vindt Facebook, dat onderdeel is van moederbedrijf Meta, veel te machtig. Het bedrijf zou daarom Instagram en WhatsApp moet afstoten. Facebook kocht die diensten in respectievelijk 2012 en 2014 en beschouwt ze als essentieel voor zijn toekomststrategie.

Met de overnames vindt de FTC bovendien dat Facebook de mededingingsregels heeft overtreden, omdat met de aankopen de bedrijven als concurrent werden uitgeschakeld.

Concurrentieverstorend gedrag

De zaak werd in december 2020 door de toezichthouder aangespannen, en in juni in eerste instantie afgewezen. De FTC had zijn argumentatie niet op orde, luidde het oordeel van de rechter destijds.

Volgens de rechter heeft de FTC zijn huiswerk nu wel gedaan. De toezichthouder heeft ook beter uitgelegd dat Facebook niet alleen een monopoliepositie inneemt, maar die ook opzettelijk zou hebben behouden door middel van 'concurrentieverstorend gedrag'.

STER reclame