De Briljantlaan in Utrecht, waar op dit moment nog 50 kilometer per uur mag worden gereden ANP

De vier grote steden zijn het roerend met elkaar eens: de auto heeft te lang te veel ruimte gekregen in steden, met een groot aantal verkeersslachtoffers tot gevolg. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vragen het kabinet en de Tweede Kamer daarom om de maximumsnelheid op alle wegen in de bebouwde kom te verlagen van 50 naar 30 kilometer per uur.

Ook willen de verkeerswethouders van de zogenoemde G4 dat elektrische voertuigen zoals e-stepjes en speed pedelecs van het fietspad naar de autorijbaan worden verplaatst. Die vervoersmiddelen veroorzaken op dit moment te vaak gevaarlijke situaties op het fietspad, zo stellen de wethouders.

"We willen in een stad wonen waar je prettig kunt verblijven en kinderen gewoon op de fiets naar school kunnen. We sluiten de stad niet af voor auto's, maar we passen de stad aan zodat het voor iedereen aangenamer en veiliger is", zegt de Amsterdamse verkeerswethouder Egbert de Vries (PvdA).

De reacties op het plan lopen op straat flink uiteen:

30 km/u in de bebouwde kom? 'Dan kan je beter gaan fietsen'

Zijn woorden worden onderschreven door zijn Utrechtse collega Lot van Hooijdonk (GroenLinks). "Als je een ongeluk krijgt met een auto die 30 in plaats van 50 kilometer per uur rijdt, heb je 90 procent meer kans om dit te overleven", zei ze in het NPO Radio 1-programma Spraakmakers.

Andere regels

De G4 vragen het aanstaande kabinet om verkeersregels zo snel mogelijk aan te passen, zodat de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur op binnenstedelijke hoofdwegen kan worden ingevoerd.

Op dit moment moet een '30-weg' voldoen aan specifieke veiligheidsmaatregelen zoals verkeersdrempels. Dat vinden de steden onhandig, bijvoorbeeld vanwege hulpdiensten die veel harder moeten kunnen rijden.

Waar het nu al mogelijk is, verlagen de steden de snelheid op 50 kilometerwegen naar 30 kilometer per uur. In oktober nam de Tweede Kamer een motie aan om voortaan 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom als standaard in te voeren. In bijvoorbeeld Spanje is zo'n snelheidsverlaging al ingevoerd. Ook de stad Brussel verlaagde de snelheid, waarna het aantal verkeersongevallen fors naar beneden ging.

Deze zomer deed de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid een oproep de maximumsnelheid naar 15 kilometer per uur te verlagen in straten zonder voetpad. De organisatie kreeg bij dat voorstel steun van Veilig Verkeer Nederland en verkeersinstituut CROW.

Aanpassingen nodig

De stad hoeft niet volledig op de schop om de snelheidsverlaging door te voeren, zegt de Amsterdamse wethouder De Vries. "Het is het beste om de 30-regel in één keer overal in te voeren, zodat de norm voor iedereen helder is en in de komende jaren dan de nodige aanpassingen aan de wegen te doen."

Volgens verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen is een directe aanpassing van de wegen wel degelijk nodig. "Als je alleen een ander snelheidsbord neerzet, zullen automobilisten er harder blijven rijden en dat maakt het alleen maar onveiliger." Bij effectieve aanpassingen denkt hij aan het (optisch) versmallen van de weg of het vervangen van asfalt voor klinkers. "Ook handhaving is natuurlijk belangrijk."

Zorgen bij ov-bedrijven

De gemeentelijke ov-bedrijven van Amsterdam (GVB), Rotterdam (RET) en Den Haag (HTM) vrezen dat de snelheidsverlaging nadelige gevolgen voor het openbaar vervoer zal hebben. Door de snelheidsverlaging wordt het OV minder snel en daarmee minder aantrekkelijk, denken de bedrijven.

"Wij roepen het Rijk en gemeenten op om in de plannen rekening te houden met de ambitie om het stedelijke OV te versnellen", schrijven de bedrijven in een verklaring. Zo pleiten zij voor het creëren van voorrangswegen, vrije banen en waar mogelijk een uitzondering voor het openbaar vervoer van de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur.

Morgen staat het thema verkeersveiligheid op de debatagenda van de Tweede Kamer.

STER reclame