Fietser in Palma de Mallorca EPA

Op tweebaanswegen in Spaanse dorpen en steden geldt sinds gisteren een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. In smalle straten, bijvoorbeeld in stadscentra, is de limiet nog lager: 20 kilometer per uur.

Eerder mocht in de meeste straten in de bebouwde kom nog 50 worden gereden. Dat mag nu alleen nog op wegen met vier rijstroken of meer. Op grotere auto- of snelwegen blijft de maximumsnelheid 80 kilometer per uur.

De lagere maximumsnelheid moet vooral het aantal verkeersdoden omlaag brengen. Het aandeel fietsers en voetgangers onder de Spaanse verkeersdoden is de laatste jaren gestegen van 41 procent tien jaar geleden tot ruim 52 procent in 2019. Bij een lagere snelheid heeft een fietser of voetganger een grotere overlevingskans; bovendien is de remweg voor voertuigen dan korter.

De maatregel heeft volgens schattingen van de Spaanse Rijkswaterstaat gevolgen voor 60 tot 70 procent van de wegen in bebouwd gebied. Wie de nieuwe maximumsnelheid negeert, moet rekening houden met boetes van 100 tot 600 euro.

Grote steden als Madrid en Barcelona hadden eerder zelf al besloten om de maximumsnelheid te verlagen; zo geldt in de hoofdstad al sinds 2018 een limiet van 30.

STER reclame