Wapenbeurs in Caïro AFP

Nederland hoeft niet te stoppen met het exporteren van militaire goederen naar Egypte. De Nederlandse Staat heeft zich gehouden aan de regels bij het verstrekken van de vergunningen, zegt de rechter in Den Haag.

De vredes- en mensenrechtenorganisaties PAX, Stop Wapenhandel en het Nederlandse Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) hadden de Staat voor de rechter gedaagd om een eind te maken aan de export van militaire goederen naar Egypte.

Als voorbeeld in de dagvaarding gaven de organisaties de levering van radar- en andere apparatuur aan de Egyptische marine. Een Nederlands bedrijf had van de Staat in juli 2020 een vergunning gekregen voor export naar Egypte.

Tien vergunningen in 2020

Maar volgens de rechter hebben de organisaties niet hard kunnen maken dat Nederland zich bij het verstrekken van de exportvergunningen niet aan de wet heeft gehouden. Daarom mag de export doorgaan.

In het vonnis staat dat er momenteel tien vergunningen zijn voor de export van militaire goederen van Nederland naar Egypte. De eindgebruiker is de Egyptische marine, die vorig jaar radar- en communicatiesystemen ter waarde van 114 miljoen euro aankocht. Daarmee kwam het Noord-Afrikaanse land meteen bovenaan de lijst van afnemers van Nederlandse militaire goederen.

'Wapens gebruikt voor onderdrukking'

Volgens de drie organisaties worden de militaire goederen door het Egyptische regime gebruikt om mensenrechtenactivisten, journalisten en politieke tegenstanders te onderdrukken. Ze denken na over nieuwe juridische stappen.

"Nederland is gehouden aan internationale regels over wapenhandel. Wij blijven vinden dat wapens uitvoeren naar het regime in Egypte moet stoppen, omdat er mensenlevens op het spel staan", zegt PAX-directeur Anna Timmerman.

PAX, Stop Wapenhandel en het NJCM zeggen dat de Nederlandse Staat moet garanderen dat er geen risico is dat de geëxporteerde wapens worden gebruikt voor mensenrechtenschendingen. Als er ook maar enige twijfel is, moeten wapendeals worden afgewezen, vinden ze.

STER reclame