Illustratief beeld. Jongere voert zoektermen in die leiden tot ultra-rechtse informatie. ANP

We moeten in Nederland net zo alert worden op de gevaren van het rechts-extremisme als we zijn op jihadistisch terrorisme. Dat zegt Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Pieter-Jaap Aalbersberg. Vorige week wees hij in een nieuwe dreigingsanalyse op een paar honderd jongeren in de leeftijd van 12 tot 20 jaar die online snel radicaliseren in rechts-extremistische denkbeelden.

Het is een serieuze dreiging die zich vooral afspeelt in de krochten van het internet, zegt Aalbersberg. "Als deze jongeren in beeld komen bij de inlichtingendiensten is het eigenlijk al te laat. Je wilt voorkomen dat ze op 16-jarige leeftijd al als terroristische verdachte in het systeem komen."

Hij wil daarom dat er meer aandacht komt voor deze jongeren. "Hoe krijgen we ouders alert op wat hun kinderen op het internet doen? Hoe herkennen we dit in de wijken zodat we ze uit de bubbel kunnen trekken? Dat vraagt om meer bewustwording en kennis over deze ideologie bij alle partijen."

"Het speelt zich allemaal online af, zonder hiërarchie en zonder duidelijke leiders, volgers en structuren", ziet ook terrorisme-expert Jelle van Buuren van de Universiteit van Leiden. "Er zijn een paar mensen die bepaalde groepen beheren, maar die zijn niet gevaarlijker dan de anderen in die groep. Iedere eenling kan plannen maken voor bijvoorbeeld een aanslag."

Inlichtingendiensten kunnen deze jongeren volgen als er sprake is van een risico voor de democratische rechtsorde en nationale veiligheid. De politie kan pas infiltreren in dit soort groepen als er een verdenking van strafbaar handelen is.

"Er zijn honderden jongeren op verschillende plekken op het internet actief, en lang niet alles wat ze delen is verboden", zegt Van Buuren. "Dat kunnen de diensten dus niet allemaal in de gaten houden. Toch moet je daar al wel wat mee. Om de samenleving te beschermen, maar ook om deze vaak jonge jongens tegen zichzelf te beschermen."

Net als de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding denkt ook Van Buuren dat dit de komende tijd dé discussie moet zijn. "Op scholen, onder ouders en in het jongerenwerk."

Online jongerenwerk

Steeds meer jongerenwerkers realiseren zich al dat aanwezig zijn op straat niet meer genoeg is. "Jongeren zitten een groot deel van de tijd online, dus daar moeten we ook zijn", legt jongerenwerker Sandra van Eck uit. "Dat kan op WhatsApp zijn, maar ook via online gaming."

Online voor het eerst contact maken met jongeren is soms lastig, maar daarna is het vaak juist heel laagdrempelig, vertelt Van Eck. "De jongeren appen je makkelijk met een vraag en je kunt een luisterend oor zijn. Maar je wilt elkaar ook in het echt zien, dus we proberen ze ook fysiek te ontmoeten. Dan is het makkelijker om het gesprek aan te gaan over bepaald gedrag bijvoorbeeld, of ze bewust maken van wat ze nu precies delen online."

Steeds nieuwe platforms

Maar waar maak je dit contact? De ontwikkelingen op internet gaan snel. "Voor je het weet is er weer een ander kanaal", zegt Van Eck. "Gelukkig hoef je ook niet overal te zijn. Die jongeren willen ons ook echt niet op al die platformen tegenkomen. We moeten dus goed met elkaar gaan kijken: waar ligt wel een rol voor ons online en waar niet?"

STER reclame