ANP

60-plussers en mensen die wonen in een zorginstelling moeten een extra coronaprik kunnen krijgen. Dat adviseert de Gezondheidsraad. Volgens de Gezondheidsraad werken de vaccins nog altijd zeer goed tegen ernstige infecties en ziekenhuisopnames, maar zijn er aanwijzingen dat de effectiviteit van de vaccins bij oudere mensen iets afneemt.

De Gezondheidsraad vindt het daarom verstandig bij deze groepen nu al te beginnen met een zogeheten booster, voordat het aantal ernstige infecties vanwege afgenomen effectiviteit sterk begint toe te nemen.

De booster kan volgens het advies gezet worden vanaf zes maanden na de "primaire vaccinatieserie": dat wil zeggen na de tweede prik met Pfizer, Moderna en AstraZeneca, of na de eerste en enige prik met Janssen. Wie in eerste instantie AstraZeneca of Janssen gekregen heeft, zal een booster krijgen met Pfizer of Moderna.

Er wordt geadviseerd te beginnen met de oudste leeftijdsgroepen. De reden om ook mensen onder de zestig die in zorginstellingen wonen een prik te geven is dat daar een hogere kans op overdracht van het virus bestaat.

Het demissionaire kabinet zal binnenkort beslissen of het advies van de Gezondheidsraad wordt overgenomen.

Bart-Jan Kullberg, voorzitter van de Gezondheidsraad, zegt dat ouderen al wat minder beschermd waren dan anderen, ondanks vaccinatie. De booster is bedoeld om de bescherming "op zijn minst hetzelfde" te houden onder alle gevaccineerden, legt hij uit:

Gezondheidsraad adviseert boosterprik: 'Bescherming moet hetzelfde blijven'

De Gezondheidsraad constateert dat er nog niet genoeg wetenschappelijke onderbouwing is dat boosters voor de gehele bevolking ook de viruscirculatie naar beneden brengen of de druk op de zorg zullen verminderen. Volgens de raad kunnen boosters de huidige besmettingsaantallen niet helpen dalen zonder andere aanvullende maatregelen. Ook zal de druk op de IC er niet door afnemen omdat daar vooral mensen worden opgenomen die helemaal niet gevaccineerd zijn.

Het doel van het advies van de Gezondheidsraad is daarom om de bescherming van individuen zo optimaal mogelijk te maken: "Het advies van de commissie voor een boostercampagne moet daarom niet gezien worden als een advies voor de bestrijding van de huidige besmettingsgolf."

Verder wijst de Gezondheidsraad op het belang van een goede timing. Langer wachten met een boosterprik kan gunstig zijn omdat er dan mogelijk vaccins beschikbaar komen die specifiek ontwikkeld zijn voor de heersende varianten van het virus. Farmaceuten als Pfizer en Moderna zijn bezig met de ontwikkeling daarvan, maar het is onbekend wanneer die op de markt komen.

Langer wachten kan er ook voor zorgen dat andere landen die nog weinig vaccins ontvangen hebben meer eerste en tweede prikken kunnen zetten: "De inzet van schaarse vaccins voor primaire vaccinatie is nog altijd de meest effectieve strategie om de wereldwijde sterfte en ziekte door COVID-19 terug te dringen."

Mensen met verzwakt immuunsysteem

Tot nu toe wordt er in Nederland alleen een extra prik gegeven aan mensen met een verzwakt immuunsysteem bij wie de eerste twee prikken een te geringe of helemaal geen immuunreactie hebben opgewekt. Naar schatting gaat het daarbij om een groep van zo'n 400.000 mensen. De derde prik bij die groep wordt niet als booster beschouwd, maar als onderdeel van de primaire vaccinatieserie.

Half september zei de Gezondheidsraad nog geen bewijs te zien dat een derde prik nodig is bij andere groepen, maar dat die mogelijk wel nodig zou worden: "Zodra er een dalende trend van de vaccineffectiviteit tegen ernstige ziekte is, moet boostervaccinatie worden overwogen."

Boosters in andere landen

In andere landen worden wel al boosters gezet, of zijn er plannen voor gemaakt. In Israël komt iedereen vanaf 12 jaar in aanmerking voor een derde prik, in de Verenigde Staten iedereen vanaf 65 jaar en 18-plussers met een zwakke gezondheid. Ook sommige Europese landen zijn begonnen met een boostercampagne.

Duitsland biedt 70-plussers de gelegenheid tot een derde prik, België 65-plussers, bewoners van zorginstellingen en ook zorgmedewerkers. De Belgische Gezondheidsraad zag net als de Nederlandse nog te weinig bewijs voor het nut van boosters bij de algehele bevolking. De Vlaamse regering was juist voorstander van een booster voor elke 12-plusser.

STER reclame