Helpling

Schoonmakers die via het online platform Helpling werken zijn uitzendkrachten. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam in hoger beroep bepaald. Dit betekent onder meer dat de schoonmakers recht hebben op doorbetaling van loon als ze ziek zijn en als zij ontslagen worden, hebben ze recht op een transitievergoeding.

Toch hoeven ze van het hof niet betaald te worden volgens de schoonmaak-cao, want de huishoudens die de schoonmakers inhuren, zijn de zogeheten 'inlener' die de instructies geven. Het loon wordt door de schoonmaker en het huishouden bepaald, en maar ten dele door Helpling. Er is dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst, maar van een uitzendovereenkomst.

Helpling is een app waarmee een schoonmaker kan worden ingehuurd. Ze waren in dienst onder de Regeling dienstverlening aan huis. Via die regeling is iemand niet in loondienst. De zaak was aangespannen door vakbond FNV, in samenwerking met een schoonmaker. Volgens de FNV is Helpling een werkgever en moet die de schoonmakers in loondienst nemen.

Andere uitspraak kantonrechter

De zaak had bij de kantonrechter in 2019 een andere uitkomst. De FNV zei toen dat er sprake was van een arbeidsrelatie en dat de Helpling-schoonmakers daarom in dienst moesten worden genomen. De kantonrechter ging daar niet in mee.

Helpling vroeg toentertijd aan de schoonmakers tussen de 23 en 32 procent commissie voor het bemiddelen tussen de huishoudens en de schoonmakers. Volgens de kantonrechter was er echter geen sprake van arbeidsbemiddeling en mocht er geen vergoeding worden gevraagd. Beide partijen gingen daartegen in beroep en die uitspraak was vandaag.

De FNV is al enkele jaren bezig met rechtszaken tegen zogeheten platformeconomiebedrijven. Dat zijn techbedrijven die met apps bepaalde diensten aanbieden. Ze hebben hun mensen veelal als freelancers of via andere constructies in dienst. Volgens de vakbond is er vanuit de overheid nog te weinig geregeld voor deze groep en zouden er schijnconstructies zijn.

'Politiek kijkt lijdzaam toe'

Helpling zegt dat de consequenties van het oordeel op dit moment nog niet goed te overzien zijn, omdat volgens het bedrijf niet alle regels voor uitzendwerk één op één op Helpling kunnen worden toegepast. In de uitspraak zegt het Hof dat "het toepassen van bestaande arbeidsrechtelijke regels op nieuwe maatschappelijke fenomenen als via een digitaal platform verrichte arbeid, moeilijk kan zijn". De schoonmaakapp gaat de komende dagen de uitspraak analyseren voordat het verdere stappen onderneemt.

Zakaria Boufangacha, vicevoorzitter FNV, is blij met de uitspraak, maar vindt het niet genoeg: "De politiek moet gaan handhaven. Het is niet uit te leggen aan de belastingbetaler dat de Belastingdienst niet handhaaft bij dit soort platformbedrijven. Zij moeten gewoon loonbelasting en werknemerspremies gaan betalen. En de Arbeidsinspectie moet gaan toezien op het toepassen van de juiste arbeidsrelatie. Het is pijnlijk dat de politiek lijdzaam toekijkt."

Eerder deze maand won de FNV een grote rechtszaak tegen taxi-app Uber. Uber moet van de rechtbank per direct zijn chauffeurs in vaste dienst nemen. Begin dit jaar won de vakbond in het hoger beroep een zaak tegen maaltijdbezorger Deliveroo. Daar is de uitspraak net iets anders: koeriers mogen in vaste dienst, maar daar moeten zij wel zelf om vragen.

STER reclame